ZOEKEN

woensdag 12 september 2012

De Mechelse Dossinkazerne: Wachtkamer van de dood

Voor de Nazi’s was de Kazerne Dossin in Mechelen een verzamelkamp voor joden. Vanaf de zomer van 1942 werden zij er samengebracht om hen op efficiënte wijze te deporteren naar het oosten. Naar concentratiekampen zoals Auschwitz en Birkenau. De Kazerne Dossin werd daarom ook de wachtkamer van de dood genoemd. Joden dienden er tijdelijk te wachten op hun reis naar het ongewisse.

“Wanneer men toekwam, werd men samen met een honderdtal anderen te slapen gelegd in grote slaapzalen", zegt Marjan Verplancke, gids in de Kazerne Dossin. “Men sliep op de grond of op strozakken. Mannen, vrouwen en kinderen dienden er tweeëntwintig uur van een dag door te brengen. Twee uur per dag mocht men op de binnenkoer een soort van gymnastiek beoefenen. In het begin verbleven de gevangenen hier maar enkele dagen en werden dan meteen gedeporteerd naar Auschwitz."

“Er waren ook ateliers waar men tewerkgesteld kon worden. Daar werkten vooral Belgische gevangenen omdat zij niet meteen gedeporteerd werden. Zo was er bijvoorbeeld een schoenmaker en een schilder. Die laatste schilderde de nummerkaartjes van de gevangenen. Over het algemeen verbleef men hier echter zonder enige vorm van activiteit, wachtend op de volgende trein.”

Tussen vier muren
Waarom werd de Kazerne Dossin in Mechelen als verzamelpunt gekozen? “Mechelen is een stad die pal tussen Antwerpen en Brussel ligt en uitgerekend daar woonden destijds de meeste joden in België. Qua architectuur bleek de Kazerne Dossin ook heel geschikt voor de Nazi’s. Gevangenen konden hier heel moeilijk ontsnappen en bijna niemand kon binnenkijken. Daarom waren de inwoners van Mechelen maar matig op de hoogte van wat er gebeurde. Bovendien lag er hier vroeger ook een spoorlijn. Zo konden de joden gemakkelijk worden weggevoerd. Men werd omringd door een haag SS’ers, zodat niemand zag wat er gebeurde, en stapte op de trein."

De joden werden in twee fasen overtuigd om naar de Kazerne Dossin te komen. In het begin werd een list toegepast. “Er werd een bevel tot tewerkstelling aangemaakt en men werd ‘uitgenodigd’ om te gaan werken in het oosten. Velen beeldden zich daarbij in dat ze moesten gaan werken in een Duitse fabriek of op het land. Eigenlijk niet zo vreemd, want ook niet-joden werden verplicht om daar te gaan werken. De bevelen werden aangemaakt door de Nazi’s en werden door de jodenraad, de vereniging voor joden in België, verspreid met een begeleidende brief erbij te gehoorzamen om erger leed te vermijden. 3.900 mensen zijn met zo’n bevel naar de Kazerne Dossin gekomen. Er werden echter in totaal 12.000 bevelen verdeeld. Er was dus maar een minderheid die op deze oproep inging."

In een volgende fase startten de Nazi’s met razzia’s. "Men werd met geweld uit zijn huis gesleept en van bed gelicht. Taferelen die we kennen uit films en ook in België plaatsvonden. Vooral in Antwerpen, omdat de bezetter daar de actieve steun van de Antwerpse politie genoot. In Brussel weigerde de politie mee te werken en zijn er geen razzia’s georganiseerd. Op die manier werd iedereen naar Mechelen gebracht.”

Wanneer men aankwam, moest men wachten tot er zich duizend mensen in de kazerne bevonden. Dan vertrok er een nieuw konvooi. “In de praktijk was dat meestal een paar dagen. Maar naarmate de oorlog vorderde en er zich meer joden verstopten, was het veel moeilijker voor de Nazi’s om dat getal rond te krijgen. Daarom verbleven de joden hier veel langer. Men moest zich bij een receptie aanmelden en werd op een vreselijk vernederende manier gefouilleerd. Daarbij moest men al zijn bezittingen afstaan, van persoonlijke documenten tot de minste briefkaart of foto. Wij hebben deze tot op vandaag bewaard en mensen kunnen de bezittingen komen terugvragen.”

Ontsnappen uit de Kazerne Dossin was heel moeilijk. “Er is slechts één gevangene via het dak van het aanpalende Franciscanessenklooster kunnen vluchten. Als men werd opgepakt, werd men in een speciale cel geplaatst met een band rond de arm. Later werd men onmiddellijk op transport gezet. Een aantal kinderen is wel gered kunnen worden door de zusters van het Franciscanessenklooster. Aan de zusters werd gevraagd of zij op de kleinste kinderen wilden passen omdat ze het moreel naar beneden haalden. Later werden de kinderen samen met hun ouders gedeporteerd. In het begin gehoorzaamden de Franciscanessen. Daarna zijn ze begonnen met joodse kinderen achter te houden en niet meer terug te brengen. Via netwerken zijn er op deze wijze heel veel joodse kinderen gered.”

Na de oorlog
De Kazerne Dossin heeft dienst gedaan als verzamelpunt tot 4 september 1944. Van hieruit werden in totaal 25.257 Belgische joden en 351 zigeuners gedeporteerd. Slechts 1.207 van hen hebben het overleefd. Door de tand des tijds is er maar weinig bewaard gebleven. “Het is heel bizar dat mensen hier vlak na de oorlog nog hun legerdienst hebben gedaan. De Kazerne Dossin werd meteen opnieuw in gebruik genomen als legerkazerne. Velen van hen die het museum nu komen bezoeken, zeggen dat ze van niets wisten. Het werd allemaal een beetje doodgezwegen. Dat heeft veel te maken met de mentaliteit vlak na de oorlog. Men wilde doorgaan met het leven en de maatschappij heropbouwen. Daardoor is er weinig aan bescherming gedaan en werd de Kazerne Dossin pas vanaf de jaren negentig geherwaardeerd.”

In de Kazerne Dossin, omgevormd tot Hof van Habsburg, kan men tegenwoordig een appartement huren of kopen. “Het is bevreemdend. Toch is het goed dat de kazerne destijds deze woonfunctie kreeg. Anders was ze misschien al lang tegen de vlakte gegaan. Ik vind het echt verschrikkelijk wat er hier met de joden gebeurde tijdens WOII en kan alleen maar hopen dat zoiets nooit meer voorvalt. Daar proberen wij met het museum ons steentje toe bij te dragen."

Het joods museum voor deportatie en verzet wil een dubbele boodschap overbrengen. “Langs de ene kant willen we vertellen wat er met de Belgische joden gebeurde tijdens WO II en zoveel mogelijk materiaal daarover verzamelen. Anderzijds willen we ook een link leggen tussen dat historisch verhaal en het heden. We zijn ervan overtuigd dat er lessen kunnen getrokken worden uit wat er zich zestig jaar geleden afspeelde. Hoe we vandaag moeten vermijden dat dit opnieuw kan gebeuren. Daar spelen we op in tijdens de rondleiding. We proberen regelmatig verbanden te leggen met vandaag, naar actuele bewegingen die dezelfde idealen onderschrijven, en maken de bezoekers daar waakzaam voor.”

Meer info
Joods Museum van Deportatie en verzet
Goswin de Stassartstraat 153
2800 Mechelen
Tel: 015 29 06 60


vrijdag 10 augustus 2012

Jeugdjaren op papier

The town and the city
Jack Kerouac

Jean-Louis Lebris de Kerouac, beter gekend als Jack Kerouac, was een Amerikaans schrijver. Hij werd geboren in Lowell, Massachusetts op 12 maart 1922. Hij groeide op in een gezin waar de voertaal Frans was en leerde Engels toen hij eenmaal naar school ging. Hij was heel goed in American football en kreeg een beurs aangeboden voor de universiteit.
Kerouac ging naar New York, maar de universiteit interesseerde hem niet zo. Hier leerde hij enkele mensen kennen waarmee hij later de wereld zou rondreizen. Die ervaringen zou hij gebruiken voor zijn romans. Na een blessure en een ruzie met zijn footballcoach, stopte hij met zijn studies en had verschillende baantjes. Hij ging werken voor de Marine tijdens W.O. II en tussen zijn zeereizen door schreef hij in New York aan zijn debuutroman 'The town and the city' dat in 1950 werd uitgebracht. Het boek was geen verkoopsucces, maar gaf hem wel de status van nieuw aankomend talent.
Kerouac wilde het leven van de Amerikaanse reiziger vastleggen en ontwikkelde een spontane stijl van schrijven die de essentie van beweging probeerde vast te leggen in een oneindige stroom van gedachten en observaties. Zijn boek 'On the Road' is hier het beste voorbeeld van. Het volgt de reisavonturen van hem en zijn vrienden doorheen Amerika en Mexico. Hij schreef dit boek in minder dan drie weken op een enorme rol papier van meer dan veertig meter lang. Na publicatie werd het meteen een cultboek bij de Amerikaanse jeugd. Ongewild werd Kerouac van de ene op de andere dag de spreekbuis van een nieuwe generatie. 'The Beat Generation', die zijn levensstijl begon over te nemen, werd aangetrokken tot ontdekkingsreizen en het onbekende. Deze generatie zou uiteindelijk de hippiebeweging van de jaren zestig inspireren.
Op 21 oktober 1969 is Jack Kerouac op zevenenveertigjarige leeftijd overleden aan een hartaanval.

Leven onderweg
In zijn debuutroman 'The town and the city' pent hij zijn jeugdjaren op papier. Het verhaal volgt de familie Martin vanaf de jaren dertig tot vlak na W.O. II. Ze wonen in een klein stadje in het noorden van Amerika. De familie bestaat uit acht kinderen (vijf jongens en drie meisjes) die elk hun weg proberen te vinden in de wereld. Vele van de kinderen verlaten de kleine stad en voelen zich aangetrokken tot het leven van de grote stad. W.O. II rukt de gelukkige familie uit elkaar en het verhaal spits zich vanaf dan toe op de gedesillusioneerde achttienjarige Peter Martin. Hij geeft zijn universiteitsstudies op en wil zijn leven gaan leiden in de pure zin van het woord. Hij voelt zich aangetrokken tot een steeds veranderend Amerika en een wereld die hij zo graag wil ontdekken. Zo begint hij aan zijn leven onderweg:
On a higway on a rainy night in the summer of that year, by glistering waters of a river in a place not far from the lights of a town, among hills and river-bluffs that were like shadows, a big red truck stopped at the one-light junction. Peter Martin, in his black leather jacket, carrying the old canvas bag in which all his poor needments for a long journey were packed, got down from the truck.
"Don't worry about me," he cried, waving. "It's not raining hard at all. See? Just a drizzle, just a little drizzle. I'll be all right."
The driver of the truck, enshrouded in his high cab, sadly called out:"Well, I guess you'll be okay then. Remember what I told you now. Walk a quarter mile down the road , just follow the river, till you get to the railroad overpass. If it starts raining hard you can wait there. Then you come to the red lights at the big junction, and there you'll see the gas stations and the diners, and there's the main highway that'll take you right in. It goes over the bridge. Got that straight? Good luck to you man!" He shifted into gear and lumbered off the highway. And Peter was alone in the rainy night.
He was on the road again, traveling the continent westward, going off to further and further years, alone by the waters of life, alone, looking towards the lights of the river's cape, towards tapers burning warmly in the towns, looking down along the shore in remembrance of the dearness of his father and of all life. The heat-lightning glowed softly in the dark, and crowded treetop shores and wandering waters showed through shrouds of rain. When the railroad trains moaned, and river-winds blew, bringing echoes throught the vale, it was as if a wild hum of voices, the dear voices of everybody he had known, were crying:"Peter, Peter! Where are you going, Peter?" And a big soft gust of rain came down. He put up the collar of his jacket, and bowed his head, and hurried along.

Jack Kerouac, The town and the city, Penguin Books, London, 2000, p. 498-499

woensdag 23 mei 2012

Uitleven in reizen en schrijven

Joris Verbeure heeft al een leven van reizen achter de rug. Voor en naast zijn werk bij Wegwijzer trok hij de hele wereld rond. Tussen zijn vele reizen door woont hij in Brugge. Daar verplaatst hij zich meestal per fiets.

“Mijn passie voor reizen heb ik van mijn ouders meegekregen. In de zomer trokken wij steeds met een ganse bende vrienden naar Zwitserland. Weinig mensen gingen toen op reis. Zo heb ik beetje bij beetje de microbe te pakken gekregen. Als tiener van vijftien jaar was ik reeds alleen onderweg. Ik trok voor zeven weken met de fiets door Europa. De eindbestemming waren de Dolomieten in Italië. Thuis werd deze reis samen met mijn ouders voorbereid. Ik begrijp nog steeds niet dat ik dat toen van hen mocht. Het werd mijn eerste ontdekkingsreis waarbij ik in jeugdherbergen logeerde en onder bruggen sliep."


"Ik heb een sociale opleiding gevolgd, eigenlijk niet goed wetende waarom. Daarna heb ik een paar jaar in het onderwijs gestaan. Toch heeft het reizen en schrijven mij altijd meer geboeid. Al van heel vroeg begon ik mijn ervaringen op papier te zetten. Ik reisde een vijftal jaren de wereld rond, werkte als vrijwilliger in vluchtelingenkampen, ben leerkracht geweest in Pakistan en heb een jeugdherberg opengehouden in de Rocky Mountains. 23 jaar geleden ben ik bij Reiswijzer begonnen. Ik was erbij vanaf het begin en zag de organisatie groeien tot een klein bedrijf. Sindsdien kan ik mij uitleven in reizen en schrijven. Zo heb ik van mijn hobby uiteindelijk mijn beroep kunnen maken.”

Vrij voelen op reis
“Ik ben geëvolueerd in mijn idee over reizen. Toen ik jong was, wou ik de hele wereld zien. Tegenwoordig reis ik op een vastere manier. Ik ga naar landen die ik al ken, waarvan ik de taal spreek en de cultuur begrijp. Het avontuurlijke heeft wat moeten inboeten voor het inhoudelijke. Eigenlijk bezoek ik nog zelden bezienswaardigheden. De Guide Michelin wordt niet meegenomen op reis. Ik voel me namelijk ook enorm aangetrokken tot plaatsen waar je weinig toeristen zal zien, maar waar het toch heel interessant is. Ik probeer steeds een bepaald gebied en mensen te leren kennen. Portugal bezoek ik bijvoorbeeld erg graag. Ik spreek behoorlijk Portugees en heb er heel wat contacten. Dat is al een manier op zich om een land te betreden."

"Ik wil op een losse manier reizen. Dat is veel plezieriger.De meeste mensen vertrekken haast gestresseerd op reis. Zo’n reiziger ben ik niet. Volgende raad probeer ik steeds te geven. Vertrek en probeer niets op voorhand te plannen. Koop een ticket ergens naartoe en daarna zie je wel. Dan voel je jezelf vrij. Je hoeft daarvoor geen avontuurlijk type te zijn, iedereen kan dat. Reizen tot avontuur verheffen, heb ik altijd belachelijk gevonden. Je kan morgen naar Indonesië vertrekken zoals je naar Spanje zou gaan. Reizen is zo makkelijk geworden. Je hebt wereldreizigers die dat voorstellen als het grote avontuur, maar eigenlijk is dat iets heel gewoon. Overal zijn er mensen om je te helpen.”

Creatief reizen
“Je kunt ook thuis reizen. Reizen is een manier om de wereld te ontdekken. Als je gebeten bent door lectuur, kan je evenveel op reis gaan als iemand die dat in werkelijkheid doet. Je verplaatst je naar andere landen. Daarom is reizen veel meer dan je van thuis naar ergens verplaatsen, het is een geheel. Als ik toeristen ontmoet in Brugge en er een babbeltje mee sla, is dat eveneens een manier van de wereld ontdekken.

Eigenlijk moet reizen vooral tot stand komen op basis van een interesse. Ik vind dat bergafwaarts gaan. Je ziet meer en meer dat reizen puur commercieel wordt. Als je tegenwoordig in een bushokje staat, is de kans groot dat er een promotie naar een reisbestemming hangt. Heel veel mensen pikken daarop in, komen op hun reisbestemming en staan daar. Het zinvolle en leuke aan reizen kan volgens mij enkel als je daar iets van jezelf insteekt. Nu zijn er velen die een reis kopen zoals ze naar de bakker gaan. Een all-in pakket waarbij je niets meer hoeft te doen. Daar zit geen creativiteit meer in.”

Duurzaam reizen
“Iedereen moet op reis kunnen gaan. Laat zoveel mogelijk mensen de wereld rondtrekken en in contact treden met andere culturen. Dat heeft anderzijds tot gevolg dat we met velen onderweg zijn. Toch denk ik dat massatoerisme de authenticiteit van culturen niet aantast. Die wordt meer bepaald door de vrije markteconomie. De veranderingen in Zuid-Amerika hebben veel meer te maken met de economische invloed uit het westen dan het toerisme. Er zijn in de wereld meer elementen dan alleen het toerisme die maken dat de authenticiteit verdwijnt. Daarnaast is toerisme ook een kans voor ontwikkelingslanden om het beter te stellen. Laat ons met zijn allen naar Kenia gaan als de bevolking er beter van wordt. Het is een manier van ontwikkelingshulp. Jammer genoeg stroomt het geld nog altijd terug naar hier. Daarom moet je het massatoerisme niet tegengaan, maar wel de manier van reizen. Toerisme kan enorm veel teweeg brengen in de lokale gemeenschappen.”

Evoluties meemaken
“Als je vroeger bij mij thuis kwam, zou je denken dat je in een museum stond met souvenirs uit de hele wereld. Ik liet soms kistenvol overkomen naar huis. Ik heb ze allemaal verkocht. Je gaat bijna niets meer terugvinden in mijn interieur dat op reizen slaat. Ik breng ook geen klassieke souvenirs mee, wel veel boeken en muziek. Het gevaar met souvenirs bestaat dat je er herinneringen op gaat vastpinnen. Ik heb dat ook met foto’s. Je reizen worden gereduceerd tot een aantal beelden. Ik schrijf daarom heel veel van mijn reiservaringen neer."

"Zo keer ik na bepaalde tijd ook graag terug naar plaatsen. Je kunt dan vergelijken en terug kennis maken met iets wat je vroeger hebt beleefd. Portugal heb ik zien evolueren van een agrarische gemeenschap tot een moderne natie. Op twintig jaar tijd zijn er door de Europese Unie zoveel autowegen aangelegd dat het land werd kapot gemaakt. Evoluties meemaken is daarom heel interessant. Ik vraag me bijvoorbeeld af waarom er geen lifters meer langs de weg staan. Misschien omdat reizen goedkoper geworden is en er zo’n groot aanbod bestaat. Ik heb heel de wereld al liftend rondgereisd in en ongelofelijke ervaringen beleefd. In Noord-Amerika moet je gewoon liften. Amerikanen zijn zeer gastvrij. ’s Avonds zit je in de auto en vragen ze waar je gaat overnachten. Die nacht slaap je meestal bij hen thuis.”

Intens reizen
“Reizen heeft te maken met een bepaalde levenswijze. Je hebt mensen die alles rustig kunnen doen. Ik ben daar eigenlijk een beetje jaloers op. We hebben zo weinig tijd om het allemaal intens te ervaren. Ik probeer mijn reizen daarom in die sfeer te beleven. Een verre reis wil ik nog wel eens ondernemen als ik zeer veel tijd heb. Ik ga niet meer voor drie weken naar Indonesië of Mexico. Ook in Europa is er zoveel interessants te zien. Eén van de reizen die ik al lang wil ondernemen, is een fietstocht van Alaska naar Californië. Ik ga daar niet zolang meer mee wachten. Naast mijn bed ligt er al jaren een boek. Het beschrijft een fietsroute die dwars door de nationale parken van de Rocky Mountains loopt. Een traject met weinig gemotoriseerd verkeer. Je hebt er wel zo’n twee à drie maanden voor nodig. Daarom ben ik nu aan het uitbollen bij Wegwijzer zodat ik meer van die zaken kan doen.”

Meer info:
Joris Verbeure schreef volgend boek over zijn favoriete reisbestemming:

vrijdag 26 augustus 2011

Satori in Mechelen

Liefste Luisa,

Ik vergat mijn sleutelbos in huis en kon daarom niet 
gaan werken. Samen met jou zat ik in het kleine buurtspeeltuintje van onze straat waar we toen woonden. Ik overdacht wat me te doen stond en besloot je met de bus naar de crèche te brengen. Daar kon je spelen, eten, drinken en slapen. Dat laatste kon ik je niet bieden en had je toen nog erg veel nodig. Jij vond de busrit erg leuk en ook voor mij was het een doorprikking van het dagdagelijkse ritueel. Ondertussen had ik mijn werk reeds verwittigd en kon op legale manier de maatschappij een dag ontvluchten.

Toen ik afscheid van je had genomen, liep ik met een schuldgevoel door het centrum van Mechelen. Al zittend aan de oevers van de Dijle, ter hoogte van de Haverwerf, onderzocht ik dit gevoel. 


Door een speling van karma (oorzaak en gevolg) had ik mijn sleutelbos vergeten. Hierdoor kon ik mijn huis of wagen niet meer betreden. Dit voorval belette me te gaan werken en mijn plicht te vervullen. Noodgedwongen had ik daarom een dag vrijaf moeten vragen. Ik voelde me nutteloos omdat ik niet voor jou kon zorgen. Had ik toegang tot mijn auto en huis, kon ik samen met jou van deze dag genieten. Maar het besef kwam dat ik dan gewoon was gaan werken.

Kort samengevat kwam het hier op neer. Ik kon niet gaan werken, had een dag verlof genomen die ik een andere keer beter kon gebruiken en kon deze niet met jou doorbrengen. Ik zou meer werk hebben op mijn werk en me later moeten verantwoorden.

Plots voelde ik me echter niet langer nutteloos ten opzichte van de maatschappij. Ik voelde me hulpeloos tegenover de schepping, de zogenaamde wereld der verschijningen. Het was niet ik die de touwtjes in handen had, maar de kracht van het universum die alles bepaalde. Samen met de maatschappij der mensen maakte ik daar slechts een minuscuul onderdeel van uit. Ik voelde me klein en bescheiden op deze planeet. En plotseling ook vrij. Jij zou goed verzorgd worden zonder mij, mijn werk zou blijven draaien zonder mij. Een onverwachte vakantiedag zonder plannen had zich aangeboden.

Ik viel terug op mijn basisbehoeften. Eten, drinken, rusten, waarnemen, … Je lot in de gebeurtenissen van de dag leggen. Wandelend door de zonnige straten van een Mechelse lentemorgen zag ik het zonlicht reflecteren op het water van de Dijle. Een rivier die er al was voor ze zo werd genoemd. Ik kwam voorbij mooie statige bruggen en overhangende bomen die ruisten op het ritme van de wind. In de verte schitterde het koepelvormige silhouet van de Hanswijkkerk als in een droom. 

Ik voelde me (be)vrij(d) en gelukkig en ging mee op de golf van het leven. Een leven dat altijd zou blijven bestaan met of zonder mij. Het zou blijven evolueren en reïncarneren. Zijn was eindeloos en bezat geen vorm. Wat ik die morgen voelde was eindeloze liefde en begrip voor ALLES. Het deed me mezelf en de gecreëerde maatschappij banaal vinden. “Ik” was veel groter dan “dat”. In het treinstation van Mechelen nam ik een gratis krant. Langs de oevers van de Leuvense Vaart liep ik voorbij de afgesloten voetgangersbrug richting Vrijbroekpark. Daar genoot ik op een zonnig grasveld van puur zijn zonder zorgen. Ik leefde.

P.S.: Later die dag las ik in de leeszaal van de Mechelse bibliotheek: 
        Satori in Paris

dinsdag 19 april 2011

Caro Diario: Het Italië van Nanni Moretti

Als er één regisseur is die ik mateloos bewonder dan is het de Italiaan Nanni Moretti en vooral zijn semi-autobiografische film Caro Diario uit 1993. De film bestaat uit een drieluik waarin Moretti op luchtige en humoristische wijze zijn ergernissen en kanttekeningen op de Italiaanse maatschappij deelt in de vorm van een dagboek.

Met de Vespa door Rome
In het eerste deel rijdt Moretti op een Vespa door de buitenwijken van een zomers Rome op ondermeer de muziek van Leonard Cohen’s ‘I’m your man’.  Onderweg verwondert hij zich over de architectuur uit verschillende tijdperken, bestudeert hij de dagelijkse leefpatronen van de inwoners en  geeft hij zijn mening over de hedendaagse cinema uit Hollywood. Je gaat al rijdend mee op de associatieve gedachtegang van Moretti terwijl hij schijnbaar zonder doel de straten doorkruist. De confrontaties zijn bijwijlen bevreemdend en dat is ook zijn bedoeling. Moretti wil het beeld oproepen van een alleenstaande buitenstaander die op onderzoek gaat naar de drijfveer van de dingen die hij onderweg tegenkomt. Zo vraagt hij zich bij buitenkomst van een lokale bioscoop en het zien van de film Henry, portrait of a serial killer af wie hem deze film ooit heeft aangeprezen. In een hilarische scene confronteert hij de filmcriticus met zijn zelfgeschreven recensie.

Op de Eolische eilanden
Moretti reist in het tweede deel samen met een vriend af naar de Eolische eilanden. Daar wil hij in alle rust werken aan ideeën voor een nieuwe film gebaseerd op de gekke krantenartikelen die hij jarenlang heeft bijgehouden. Maar telkens komen ze obstakels tegen die hun rust verstoren en hen noodzaken verder te reizen. Moretti en zijn vriend worden tijdens hun reis geconfronteerd met zichzelf en hun onderdrukte kwelduivels.

In het derde deel keert Moretti terug naar Rome waar hij vruchteloos zoekt naar een remedie voor een onophoudelijke jeuk die hem reeds wekenlang teistert. Hierbij neemt hij de schaamteloze dokterspraktijken op de korrel die hij door eigen ervaring aan den lijve heeft ondervonden.

Verdwenen Italië
Het is duidelijk dat Moretti op nostalgische wijze zoekt naar een verdwenen Italië. Hij is een beginnende veertiger die zichzelf en zijn gedachtegoed trouw bleef terwijl Italië verderging. Van het verroeste gedenkteken op de plaats waar Pausolini vermoord werd, over de teloorgang van het buurtleven in bepaalde wijken door misleidende mediaberichten, tot zijn eigen leeftijdsgenoten die zich onzeker en schuldig door het leven verplaatsen. De film voelt echter nooit te zwaar aan door de relativerende en humoristische kwinkslagen die Moretti in de film verwerkt. Zo verwoordt hij via zijn dagboek op intieme wijze de stem van een ‘laatste’ authentieke overblijver van een voorbije generatie.

Filmfragment






vrijdag 15 april 2011

The mummy returns

In het Brusselse Jubelparkmuseum kan je sinds mensenheugenis de mummie van de borduurster Euphemia gaan bewonderen. Lange tijd bleven er vele vraagtekens bestaan rond deze belangrijke vondst uit de Oudheid. Mieke Van Raemdonck gaf onlangs een lezing waarin ze de mythe rond de borduurster doorprikt.


Mieke Van Raemdonck is conservator aan het museum en verantwoordelijk voor de verzamelingen Islam, Christelijke Kunst van het Oosten en Koptische Textiel. Zij gaf onlangs een lezing waarin ze de mythe rond de 'borduurster' Euphemia doorprikt.

Europees project
"Door een nieuw onderzoek dat paste in een cultureel project van de Europese Commissie, 'Clothing and Identity - New perspectives on textiles in the Roman Empire', werd de mummie in ere hersteld."

"Ons doel was de band tussen identiteit en kleding in de Romeinse tijd te bestuderen. We wilden nagaan waar en wanneer kleding gedragen werd. De mummie van de borduurster Euphemia was hiervoor uiterst belangrijk. Ze is onaangeroerd wat haar kleding betreft en op internationaal gebied van goudwaarde."

"De mummie werd aan het begin van de 20ste eeuw opgegraven in de stad Antinoë in Midden-Egypte. De opgravingen gebeurden er onder leiding van de Franse archeoloog A. Gayet en de vondsten van de campagne werden tentoongesteld in het Musée Guimet in Parijs. In 1901 werden ze verkocht op een Parijse veiling waar het Jubelparkmuseum de mummie kon aankopen."

Geen borduurster
"Een eerste vaststelling van het onderzoek toont aan dat de kleding geen borduurwerk bevat. In werkelijkheid gaat het om legwerk. Dit werd vastgesteld door hartjes die in het weefsel werden verwerkt. Bij borduren wordt een motief op een reeds bestaand weefsel geborduurd. Bij legwerk wordt er daarentegen met een gekleurde draad een motief in het weefsel verwerkt."

"Als kleurstof van de hartjes werd het keizerlijk purper gebruikt. De kleurstof is erg duur en wordt verkregen via rotting van purperslakken. Alleen de allerrijksten konden zich dit veroorloven en de motieven zijn klein om geld uit te sparen. De vrouw kwam daarom uit een heel rijk milieu."

"Gayet vermeldde in zijn notities dat hij bij de mummie een versleten lijkwade vond waarop hij de naam Euphemia kon ontwaren. Jammer genoeg hebben we die niet teruggevonden. We hebben dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat ze werkelijk zo heette."

"Het onderzoek toont verder dat de mummie vier tunica’s aanheeft. Eén tot de knieën, een andere tot de enkels, nog eentje met mouwen en een laatste die bestaat uit een mouwloos hemd."

"Bij de tunica met mouwen zien we dat die gaten heeft onder de oksels. Daar zijn de armen doorgestoken en de mouwen zijn op de armen gelegd. We hebben hiervoor twee verklaringen. Men heeft de armen na behandeling door de okselgaten getrokken omdat men moeite had ze door de mouwen te trekken. Of de mouwen werden zo gedragen. Op vroege afbeeldingen uit de islamcultuur zien we dat de mouwen vaak losjes langszij hangen.”

Datering van de mummie
“Gayet dateerde de mummie in de gnostische periode (ca 3de eeuw na Chr.) via gnostisch ivoor. We hebben ivoren voorwerpen gevonden,maar daarmee kunnen we de mummie niet dateren."

"In 1905 dook er tijdens een inventarisatie plots een munt op uit de 4de eeuw na Chr. waarmee de mummie opnieuw werd gedateerd. Aangezien Gayet er niet over spreekt, moeten we aannemen dat de munt er later is bijgehaald."

"Vandaag wordt de mummie op basis van de structuur en stijl van de tunica’s gedateerd aan het eind van de 5de tot 7de eeuw na Chr. De radiokoolstofdatering dateert ze tussen de 6de tot 7de eeuw na Chr."

"De kledingstukken die op haar liggen passen in deze datering. Het los textiel en omliggende objecten zijn van verschillende data en komen vermoedelijk uit andere graven van Antinoë.”


Jubelparkmusea


zondag 3 april 2011

Yoga en Brussel: Lezing

De menselijke maatschappij heeft me altijd mateloos geboeid. Hier zo’n dertig kilometer vandaan ligt een prachtige en kosmopolitische stad. Het kloppend hart van België en Europa: Brussel. Toen ik er tien jaar geleden journalistiek ging studeren, was ze een ware openbaring. Tal van musea en historische bezienswaardigheden wisselden elkaar af met panoramische uitzichten, parken, kronkelende straten en eindeloze boulevards. Ik hield ervan om tijdens vrije momenten rond te zwerven in Brussel en het multiculturele, dagdagelijkse leven van de verschillende wijken op te snuiven. Het werd een vertrouwde plaats waar ik een deel van mezelf  en de wereld probeerde te ontdekken.

Maar tegelijk ondervond ik toen dat Brussel ook een stad was met erg veel samenlevingsproblemen. Hoge werkloosheid onder de bevolking, tal van daklozen, veel criminaliteit en een gebrek aan goede huisvesting waren er slechts enkele. Voeg daarbij de aanhoudende taalstrubbelingen, de spanningen tussen de Brusselse leefgemeenschappen, het verval van de politieke macht en je krijgt als buitenstaander een niet zo fleurig beeld van de stad.

Onlangs las ik het boek ‘Sadhana of de realisatie van het leven’. Het werd geschreven door de Indiase schrijver Rabindranath Tagore. Hij leefde van 1861 tot 1941 en won als eerste Aziaat de Nobelprijs voor literatuur in 1913. Hij schreef vele filosofische en maatschappijkritische teksten waarin hij een voorkeur had voor het dagdagelijkse leven van de gewone man.

Verdeel en heers
‘Sadhana of de realisatie van het leven’, omvat een aantal lezingen die Tagore gaf aan zijn eigen studenten en later aan Harvard University. In één van de hoofdstukken heeft hij het over de relatie van het individu ten opzichte van het universum. Hij maakt hierin een vergelijking tussen het westen en India.

Tagore stelt dat de beschaving van Oud-Griekenland ontstond binnen stadsmuren. Die stadsmuren laten ook in moderne samenlevingen diepe sporen na in onze manier van denken. Het principe van verdeel en heers waarbij we onze veroveringen trachten te beschermen is weid verspreid.

We splitsen landen, godsdienst, talen, rassen, wetenschap, cultuur, mens en natuur. Het zorgt ervoor dat we achterdochtig zijn ten opzichte van alles wat zich achter onze verdedigingsmuren bevindt. Hierdoor is het erg moeilijk voor buitenstaanders om door deze barrières te breken.

Eén met de natuur
De Indische beschaving daarentegen ontstond volgens Tagore in de bossen. Daar was genoeg voedsel, water en natuurlijke bescherming. Zo ontstond er een harmonieuze band tussen mens en natuur. Later, toen India gecultiveerd raakte en er grote steden ontstonden, bleef men zijn inspiratie halen uit het simpele, harmonieuze leven dat de eerste stamgemeenschappen ambieerden.

Het westen lijkt er fier op te zijn dat het de natuur onder controle heeft. Alsof we in een vijandige wereld leven. In de stad kan de mens al zijn gedachten op een schijnbaar natuurlijke wijze richten op leven en werk. We beseffen daarbij niet dat de stad juist zorgt voor een verbreking tussen mens en natuur.

In India wordt de mens daarom als één geheel gezien met de natuur. Als onze omgeving vreemd voor ons zou zijn, hoe zouden we er dan mee kunnen communiceren? Het doel van de mens wordt er gelijkgesteld met dat van het universum.

In het westen wordt er echter een scheiding gemaakt tussen het leven van de mens en dat van de natuur. We onderscheiden enerzijds de mens en anderzijds het leven van de natuur dat zich openbaart via onder andere dieren, planten en bomen. Wanneer de mens zich evenwel buiten de natuur plaatst, ontstaat er een disharmonie. We proberen op allerlei artificiële manieren de balans te herstellen en falen telkens weer. Zo geven we uiteindelijk de maatschappij en de natuur de schuld van onze onvrede. De mens moet daarom volgens Tagore terug één worden en buiten zijn ommuringen treden. Alles wat hij nodig heeft, ligt er buiten.

Het leven is immens
Als in het westen het zelf over al het andere heerst, toont India daarin een andere visie. Daar ambieerde men geen wereldlijke macht. Er waren verschillende klasses, maar zelfs de koning keek op naar de rishi’s, de eigenlijke heersers. Zij die één geworden waren met het al. De verbinding met het al werd in India als ultieme doel van de mensheid beschouwd. Niet wereldlijk succes met al zijn zorgen en leed.

De kern of de kracht die in alles zit, zit ook in ons, de ziel. Totaal verenigd zijn in wetenschap, liefde, omgang met alle wezens en daardoor zichzelf realiseren in het al is de essentie van goedheid. Dat is het centrale thema van de Upanishads: Het leven is immens!

Deze eclectische boodschap tekende Rabindranath Tagore op aan het begin van de 20ste eeuw en wens ik eveneens toe aan alle inwoners van Brussel, Vlaanderen, Wallonië en de Belgische politiek.