ZOEKEN

woensdag 12 september 2012

De Mechelse Dossinkazerne: Wachtkamer van de dood

Voor de Nazi’s was de Kazerne Dossin in Mechelen een verzamelkamp voor joden. Vanaf de zomer van 1942 werden zij er samengebracht om hen op efficiënte wijze te deporteren naar het oosten. Naar concentratiekampen zoals Auschwitz en Birkenau. De Kazerne Dossin werd daarom ook de wachtkamer van de dood genoemd. Joden dienden er tijdelijk te wachten op hun reis naar het ongewisse.

“Wanneer men toekwam, werd men samen met een honderdtal anderen te slapen gelegd in grote slaapzalen", zegt Marjan Verplancke, gids in de Kazerne Dossin. “Men sliep op de grond of op strozakken. Mannen, vrouwen en kinderen dienden er tweeëntwintig uur van een dag door te brengen. Twee uur per dag mocht men op de binnenkoer een soort van gymnastiek beoefenen. In het begin verbleven de gevangenen hier maar enkele dagen en werden dan meteen gedeporteerd naar Auschwitz."

“Er waren ook ateliers waar men tewerkgesteld kon worden. Daar werkten vooral Belgische gevangenen omdat zij niet meteen gedeporteerd werden. Zo was er bijvoorbeeld een schoenmaker en een schilder. Die laatste schilderde de nummerkaartjes van de gevangenen. Over het algemeen verbleef men hier echter zonder enige vorm van activiteit, wachtend op de volgende trein.”

Tussen vier muren
Waarom werd de Kazerne Dossin in Mechelen als verzamelpunt gekozen? “Mechelen is een stad die pal tussen Antwerpen en Brussel ligt en uitgerekend daar woonden destijds de meeste joden in België. Qua architectuur bleek de Kazerne Dossin ook heel geschikt voor de Nazi’s. Gevangenen konden hier heel moeilijk ontsnappen en bijna niemand kon binnenkijken. Daarom waren de inwoners van Mechelen maar matig op de hoogte van wat er gebeurde. Bovendien lag er hier vroeger ook een spoorlijn. Zo konden de joden gemakkelijk worden weggevoerd. Men werd omringd door een haag SS’ers, zodat niemand zag wat er gebeurde, en stapte op de trein."

De joden werden in twee fasen overtuigd om naar de Kazerne Dossin te komen. In het begin werd een list toegepast. “Er werd een bevel tot tewerkstelling aangemaakt en men werd ‘uitgenodigd’ om te gaan werken in het oosten. Velen beeldden zich daarbij in dat ze moesten gaan werken in een Duitse fabriek of op het land. Eigenlijk niet zo vreemd, want ook niet-joden werden verplicht om daar te gaan werken. De bevelen werden aangemaakt door de Nazi’s en werden door de jodenraad, de vereniging voor joden in België, verspreid met een begeleidende brief erbij te gehoorzamen om erger leed te vermijden. 3.900 mensen zijn met zo’n bevel naar de Kazerne Dossin gekomen. Er werden echter in totaal 12.000 bevelen verdeeld. Er was dus maar een minderheid die op deze oproep inging."

In een volgende fase startten de Nazi’s met razzia’s. "Men werd met geweld uit zijn huis gesleept en van bed gelicht. Taferelen die we kennen uit films en ook in België plaatsvonden. Vooral in Antwerpen, omdat de bezetter daar de actieve steun van de Antwerpse politie genoot. In Brussel weigerde de politie mee te werken en zijn er geen razzia’s georganiseerd. Op die manier werd iedereen naar Mechelen gebracht.”

Wanneer men aankwam, moest men wachten tot er zich duizend mensen in de kazerne bevonden. Dan vertrok er een nieuw konvooi. “In de praktijk was dat meestal een paar dagen. Maar naarmate de oorlog vorderde en er zich meer joden verstopten, was het veel moeilijker voor de Nazi’s om dat getal rond te krijgen. Daarom verbleven de joden hier veel langer. Men moest zich bij een receptie aanmelden en werd op een vreselijk vernederende manier gefouilleerd. Daarbij moest men al zijn bezittingen afstaan, van persoonlijke documenten tot de minste briefkaart of foto. Wij hebben deze tot op vandaag bewaard en mensen kunnen de bezittingen komen terugvragen.”

Ontsnappen uit de Kazerne Dossin was heel moeilijk. “Er is slechts één gevangene via het dak van het aanpalende Franciscanessenklooster kunnen vluchten. Als men werd opgepakt, werd men in een speciale cel geplaatst met een band rond de arm. Later werd men onmiddellijk op transport gezet. Een aantal kinderen is wel gered kunnen worden door de zusters van het Franciscanessenklooster. Aan de zusters werd gevraagd of zij op de kleinste kinderen wilden passen omdat ze het moreel naar beneden haalden. Later werden de kinderen samen met hun ouders gedeporteerd. In het begin gehoorzaamden de Franciscanessen. Daarna zijn ze begonnen met joodse kinderen achter te houden en niet meer terug te brengen. Via netwerken zijn er op deze wijze heel veel joodse kinderen gered.”

Na de oorlog
De Kazerne Dossin heeft dienst gedaan als verzamelpunt tot 4 september 1944. Van hieruit werden in totaal 25.257 Belgische joden en 351 zigeuners gedeporteerd. Slechts 1.207 van hen hebben het overleefd. Door de tand des tijds is er maar weinig bewaard gebleven. “Het is heel bizar dat mensen hier vlak na de oorlog nog hun legerdienst hebben gedaan. De Kazerne Dossin werd meteen opnieuw in gebruik genomen als legerkazerne. Velen van hen die het museum nu komen bezoeken, zeggen dat ze van niets wisten. Het werd allemaal een beetje doodgezwegen. Dat heeft veel te maken met de mentaliteit vlak na de oorlog. Men wilde doorgaan met het leven en de maatschappij heropbouwen. Daardoor is er weinig aan bescherming gedaan en werd de Kazerne Dossin pas vanaf de jaren negentig geherwaardeerd.”

In de Kazerne Dossin, omgevormd tot Hof van Habsburg, kan men tegenwoordig een appartement huren of kopen. “Het is bevreemdend. Toch is het goed dat de kazerne destijds deze woonfunctie kreeg. Anders was ze misschien al lang tegen de vlakte gegaan. Ik vind het echt verschrikkelijk wat er hier met de joden gebeurde tijdens WOII en kan alleen maar hopen dat zoiets nooit meer voorvalt. Daar proberen wij met het museum ons steentje toe bij te dragen."

Het joods museum voor deportatie en verzet wil een dubbele boodschap overbrengen. “Langs de ene kant willen we vertellen wat er met de Belgische joden gebeurde tijdens WO II en zoveel mogelijk materiaal daarover verzamelen. Anderzijds willen we ook een link leggen tussen dat historisch verhaal en het heden. We zijn ervan overtuigd dat er lessen kunnen getrokken worden uit wat er zich zestig jaar geleden afspeelde. Hoe we vandaag moeten vermijden dat dit opnieuw kan gebeuren. Daar spelen we op in tijdens de rondleiding. We proberen regelmatig verbanden te leggen met vandaag, naar actuele bewegingen die dezelfde idealen onderschrijven, en maken de bezoekers daar waakzaam voor.”

Meer info
Joods Museum van Deportatie en verzet
Goswin de Stassartstraat 153
2800 Mechelen
Tel: 015 29 06 60


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen