ZOEKEN

Posts tonen met het label Stadsgeschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stadsgeschiedenis. Alle posts tonen

zaterdag 21 november 2020

True Detective – Seizoen 3 (8 episodes)


Een toevallige ontdekking via de app van VRT NU hield me enkele avonden aan de beeldbuis gekluisterd. Het derde seizoen van True Detective is een pareltje van een crime serie en wordt naar een hoger niveau getild door de acteerprestaties van Mahershala Ali.

Een klein stadje in Arkansas wordt in 1980 opgeschrokken door de onverklaarbare verdwijning van twee jonge kinderen (broer en zus Purcell) nadat ze gaan spelen bij een vriendje.

Wat volgt is een zoektocht naar de ware toedracht van de mysterieuze gebeurtenissen door detectives Wayne Hays (Mahershala Ali) en Roland West (Stephen Dorff). Twee Vietnam veteranen die hun dagen nu slijten bij de plaatselijke politie.

Het interessante aan de verhaallijn is dat het onderzoek wordt gevoerd over drie tijdsperiodes en de gebeurtenissen niet chronologisch in elkaar overvloeien. 

Er wordt regelmatig via flashbacks en flashforwards overgeschakeld tussen de jaren 1980, 1990 (wanneer de zaak Purcell wordt heropend) en 2015 (wanneer de twee detectives reeds lang met pensioen zijn). 

Dat detective Wayne in 2015 aan een niet nader genoemde ziekte, waarschijnlijk Alzheimer, lijdt, zorgt ervoor dat zijn gebrek aan tijdsbesef op je overwaait. Een soort van onwerkelijke tijdloosheid bekruipt je, waarbij je vaak niet meer weet in welk jaar je nu bent. 

In tussentijd zie je de hoofdrolspelers, het stadje en de Amerikaanse samenleving evolueren. Je maakt de detectives mee in de fleur van hun leven en ziet ze goede en foute keuzes maken die de rest van hun leven zullen bepalen. 

Uiteindelijk staat de levensloop van detective Wayne Hays centraal in de serie en verdwijnt het onderzoek geleidelijk meer naar de achtergrond. Je ziet hem worstelen met zijn trauma’s, het plaatselijke racisme en de persoonlijke impact van de (vermoedelijke) belemmering van het onderzoek op zijn leven. 


zondag 24 februari 2013

The City - 1939

Troy Mcclure gehalte is hoog maar toch een aanrader. 'The city' (1939) was één van de eerste sociale documentaires die keek naar de gevolgen van industrialisatie en verstedelijking in Amerika en de impact op de maatschappij. Prachtig tijdsdocument.
 

donderdag 21 februari 2013

Het verdwenen Volkshuis van Brussel

Dagelijks rijd ik er vanaf Brussel-Zuid met de trein voorbij. Vlak voor je de tunnel van de noord-zuidverbinding binnenrijdt, doemt het op langs de rechterzijde. Een grijze wolkenkrabber van dertien in een dozijn. Hou zou de Zavelwijk eruit zien moest dit gebouw nooit van de tekentafels geraakt zijn?

Op zondagen na een dagje rondzwerven in de smalle straatjes van de Marollen zou je ter hoogte van de Kapellekerk op een pareltje van de Belgische Art Nouveau stuiten. Het 'Volkshuis'.

© eBru 2002-2012

Ontworpen door de Belgische architect Victor Horta, bood het frivole gebouw plaats aan kantoren, winkels, cafés, vergaderzalen en een feestzaal. Het werd ingehuldigd in 1899.


© Rossel & cie. S.A. lesoir.be

Ondanks veel internationaal protest werd het 'Volkshuis' in 1965 afgebroken om plaats te maken voor een moderne wolkenkrabber. Bureaucratisch vrolijkt de Tour Blaton, genaamd naar de gelijknamige bouwfirma, sindsdien de bohemische volksbuurt op. 

Bruxelles, bruxellisation de la rue de la Samaritaine.

maandag 4 februari 2013

De lach van Grilo - Brazilië



"Het gesjirp van de krekel en het gekletter van de regen komen door het donker tot mij als ritselende dromen uit mijn voorbije jeugd." Rabindranath Tagore

Ik herinner me nog de wijdse buitenwijken van Araguari. In een provinciestad in de binnenlanden van Minas Gerais lagen de straten te bakken onder de warme namiddagzon. We waren onderweg naar het huis van Grilo.

Bij aankomst waren kleine kinderen aan het spelen op het binnenerf en nieuwsgierig kwamen ze naar ons toe. Grilo was een oude man en lag in een bed in de hoek van een verduisterde woonkamer. Op de achtergrond speelde de TV terwijl zijn dochter aan het koken was in de bijkeuken.

Grilo had lepra gehad en grote delen van zijn armen en benen waren geamputeerd. Was het daarom dat de mensen uit de buurt hem krekel noemden?

Toen ik aan hem werd geïntroduceerd, lachte hij me met de meest hartelijke en tandeloze mond toe. Ik gaf hem een stevige hand bij zijn ellebogen en hij huilde van emotie. Hij zette zich recht op bed en begon languit met ons te praten. Zijn expressieve ogen verlichtten de hele kamer.

Onlangs hoorde ik dat Grilo is gestorven en ik denk gek genoeg nog vaak aan hem terug. 

zondag 16 december 2012

Proloog - Mijn herinneringen

Regionale Beeldbank Mechelen
Hij had nooit in tijdreizen geloofd. Toch dwaalden zijn gedachten tegenwoordig meermaals af naar een niet zo ver verleden. Wanneer hij ’s avonds na een lange dag werken moe en uitgeblust in bed neerzeeg en de ogen sloot, vormde er zich steeds hetzelfde beeld op zijn netvlies. In een mistige waas zag hij dan als op een oude prentkaart het restaurant waar hij de meeste van zijn jeugdjaren had doorgebracht. Hij wist zich hiermee geen raad en de voorbije jaren flitsten op ongestructureerde wijze aan hem voorbij. Vaak werd hij enkele uren later badend in het zweet wakker en kon hij zich niet meer herinneren wie hij was of hoe hij hier terechtkwam.
 
Op één van deze nachten besloot hij met behulp van zijn gedachten het restaurant behoedzaam te naderen. Hij kwam zo dichtbij dat hij zichzelf weerspiegeld zag in de blinkende vitrineramen. Het gekke was dat hij er jonger uitzag dan hij in werkelijkheid was. Hij voelde zijn hart sneller slaan. Als in een film gleed zijn hand naar de deurklink en in één vlotte beweging opende de deur. Wit licht scheen naar buiten en hij hoorde het prettige geroezemoes van een restaurant op het drukst van de dag. Vol vertrouwen stapte hij de eetgelegenheid binnen die de laatste jaren als ‘Onder den toren’ bekend stond.

zaterdag 10 november 2012

Mechelen tijdens de Groote Oorlog

Mechelen, de nadagen van augustus 1914. Enkele weken terug werd de  Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand in Sarajevo vermoord. Oostenrijk-Hongarije beschuldigt Servië van de moord. Wanneer er geen diplomatieke oplossing wordt gevonden, veroorzaakt dit een onvoorstelbare kettingreactie in Europa. De Europese grootmachten komen door reeds bestaande militaire verdragen regelrecht tegenover elkaar te staan en mobiliseren massaal hun legers.

Duitsland verklaart de oorlog aan Frankrijk en vervolgens aan België. Het valt op 4 augustus ons land binnen. Nadat eerst Brussel wordt ingenomen, trekt het Duitse leger verder noordwaarts richting Antwerpen. Wanneer de Duitsers na dagenlange gevechten door de Belgische verdedigingslinies ten zuiden van Mechelen breken, beschrijft de Amerikaanse oorlogscorrespondent E. Alexander Powell de algemene chaos en angst bij de bevolking.
"The retreat from Malines provided a spectacle which I shall never forget. For twenty miles every road was jammed with clattering cavalry, plodding infantry, and rumbling batteries, the guns, limbers, and caissons still covered with the green boughs which had been used to mask their position from German aeroplanes. Gendarmes in giant bearskins, chasseurs in uniforms of green and yellow, carabineers with their shiny leather hats, grenadiers, infantry of the line, guides, lancers, sappers and miners with picks and spades, engineers with pontoon-wagons, machine-guns drawn by dogs, ambulances with huge Red Cross flags fluttering above them, and cars, cars, cars, all the dear old familiar American makes among them, contributed to form a mighty river flowing towards Antwerp. Malines formerly had a population of fifty thousand people, and forty-five thousand of these fled when they heard that the Germans were returning. The scenes along the road were heart-rending in their pathos. The very young and the very old, the rich and the well- to-do and the poverty-stricken, the lame and the sick and the blind, with the few belongings they had been able to save in sheet- wrapped bundles on their backs or piled in push-carts, clogged the roads and impeded the soldiery. These people were abandoning all that they held most dear to pillage and destruction. They were completely terrorized by the Germans. But the Belgian army was not terrorized. It was a retreating army but it was victorious in retreat. The soldiers were cool, confident, courageous, and gave me the feeling that if the German giant left himself unguarded a single instant little Belgium would drive home a solar-plexus blow.
For many days after its evacuation by the Belgians, Malines occupied an unhappy position midway between the contending armies, being alternately bombarded by the Belgians and the Germans. The latter, instead of endeavouring to avoid damaging the splendid cathedral, whose tower, three hundred and twenty-five feet high, is the most conspicuous landmark in the region, seemed to take a grim pleasure in directing their fire upon the ancient building. The great clock, the largest in Belgium, was destroyed; the famous stained-glass windows were broken; the exquisite carvings were shattered; and shells, crashing through the walls and roof, converted the beautiful interior into a heap of debris. As there were no Belgian troops in Malines at this time, and as this fact was perfectly well known to the Germans, this bombardment of an undefended city and the destruction of its historic monuments struck me as being peculiarly wanton and not induced by any military necessity. It was, of course, part and parcel of the German policy of terrorism and intimidation. The bombardment of cities, the destruction of historic monuments, the burning of villages, and, in many cases, the massacre of civilians was the price which the Belgians were forced to pay for resisting the invader.

In order to ascertain just what damage had been done to the city, and particularly to the cathedral, I ran into Malines in my car during a pause in the bombardment. As the streets were too narrow to permit of turning the car around, and as it was more than probable that we should have to get out in a hurry, Roos suggested that we run in backward, which we did, I standing up in the tonneau, field-glasses glued to my eyes, on the look-out for lurking Germans. I don't recall ever having had a more eerie experience than that surreptitious visit to Malines. The city was as silent and deserted as a cemetery; there was not a human being to be seen; and as we cautiously advanced through the narrow, winding streets, the vacant houses echoed the throbbing of the motor with a racket which was positively startling. Just as we reached the square in front of the cathedral a German shell came shrieking over the house-tops and burst with a shattering crash in the upper story of a building a few yards away. The whole front of that building came crashing down about us in a cascade of brick and plaster. We did not stay on the order of our going. No. We went out of that town faster than any automobile every went out of it before. We went so fast, in fact, that we struck and killed the only remaining inhabitant. He was a large yellow dog."
E. Alexander Powell, Fighting in Flanders, New York, 1914
(op 9 november 2012 ook verschenen op Mechelen Blogt)

woensdag 12 september 2012

De Mechelse Dossinkazerne: Wachtkamer van de dood

Voor de Nazi’s was de Kazerne Dossin in Mechelen een verzamelkamp voor joden. Vanaf de zomer van 1942 werden zij er samengebracht om hen op efficiënte wijze te deporteren naar het oosten. Naar concentratiekampen zoals Auschwitz en Birkenau. De Kazerne Dossin werd daarom ook de wachtkamer van de dood genoemd. Joden dienden er tijdelijk te wachten op hun reis naar het ongewisse.

“Wanneer men toekwam, werd men samen met een honderdtal anderen te slapen gelegd in grote slaapzalen", zegt Marjan Verplancke, gids in de Kazerne Dossin. “Men sliep op de grond of op strozakken. Mannen, vrouwen en kinderen dienden er tweeëntwintig uur van een dag door te brengen. Twee uur per dag mocht men op de binnenkoer een soort van gymnastiek beoefenen. In het begin verbleven de gevangenen hier maar enkele dagen en werden dan meteen gedeporteerd naar Auschwitz."

“Er waren ook ateliers waar men tewerkgesteld kon worden. Daar werkten vooral Belgische gevangenen omdat zij niet meteen gedeporteerd werden. Zo was er bijvoorbeeld een schoenmaker en een schilder. Die laatste schilderde de nummerkaartjes van de gevangenen. Over het algemeen verbleef men hier echter zonder enige vorm van activiteit, wachtend op de volgende trein.”

Tussen vier muren
Waarom werd de Kazerne Dossin in Mechelen als verzamelpunt gekozen? “Mechelen is een stad die pal tussen Antwerpen en Brussel ligt en uitgerekend daar woonden destijds de meeste joden in België. Qua architectuur bleek de Kazerne Dossin ook heel geschikt voor de Nazi’s. Gevangenen konden hier heel moeilijk ontsnappen en bijna niemand kon binnenkijken. Daarom waren de inwoners van Mechelen maar matig op de hoogte van wat er gebeurde. Bovendien lag er hier vroeger ook een spoorlijn. Zo konden de joden gemakkelijk worden weggevoerd. Men werd omringd door een haag SS’ers, zodat niemand zag wat er gebeurde, en stapte op de trein."

De joden werden in twee fasen overtuigd om naar de Kazerne Dossin te komen. In het begin werd een list toegepast. “Er werd een bevel tot tewerkstelling aangemaakt en men werd ‘uitgenodigd’ om te gaan werken in het oosten. Velen beeldden zich daarbij in dat ze moesten gaan werken in een Duitse fabriek of op het land. Eigenlijk niet zo vreemd, want ook niet-joden werden verplicht om daar te gaan werken. De bevelen werden aangemaakt door de Nazi’s en werden door de jodenraad, de vereniging voor joden in België, verspreid met een begeleidende brief erbij te gehoorzamen om erger leed te vermijden. 3.900 mensen zijn met zo’n bevel naar de Kazerne Dossin gekomen. Er werden echter in totaal 12.000 bevelen verdeeld. Er was dus maar een minderheid die op deze oproep inging."

In een volgende fase startten de Nazi’s met razzia’s. "Men werd met geweld uit zijn huis gesleept en van bed gelicht. Taferelen die we kennen uit films en ook in België plaatsvonden. Vooral in Antwerpen, omdat de bezetter daar de actieve steun van de Antwerpse politie genoot. In Brussel weigerde de politie mee te werken en zijn er geen razzia’s georganiseerd. Op die manier werd iedereen naar Mechelen gebracht.”

Wanneer men aankwam, moest men wachten tot er zich duizend mensen in de kazerne bevonden. Dan vertrok er een nieuw konvooi. “In de praktijk was dat meestal een paar dagen. Maar naarmate de oorlog vorderde en er zich meer joden verstopten, was het veel moeilijker voor de Nazi’s om dat getal rond te krijgen. Daarom verbleven de joden hier veel langer. Men moest zich bij een receptie aanmelden en werd op een vreselijk vernederende manier gefouilleerd. Daarbij moest men al zijn bezittingen afstaan, van persoonlijke documenten tot de minste briefkaart of foto. Wij hebben deze tot op vandaag bewaard en mensen kunnen de bezittingen komen terugvragen.”

Ontsnappen uit de Kazerne Dossin was heel moeilijk. “Er is slechts één gevangene via het dak van het aanpalende Franciscanessenklooster kunnen vluchten. Als men werd opgepakt, werd men in een speciale cel geplaatst met een band rond de arm. Later werd men onmiddellijk op transport gezet. Een aantal kinderen is wel gered kunnen worden door de zusters van het Franciscanessenklooster. Aan de zusters werd gevraagd of zij op de kleinste kinderen wilden passen omdat ze het moreel naar beneden haalden. Later werden de kinderen samen met hun ouders gedeporteerd. In het begin gehoorzaamden de Franciscanessen. Daarna zijn ze begonnen met joodse kinderen achter te houden en niet meer terug te brengen. Via netwerken zijn er op deze wijze heel veel joodse kinderen gered.”

Na de oorlog
De Kazerne Dossin heeft dienst gedaan als verzamelpunt tot 4 september 1944. Van hieruit werden in totaal 25.257 Belgische joden en 351 zigeuners gedeporteerd. Slechts 1.207 van hen hebben het overleefd. Door de tand des tijds is er maar weinig bewaard gebleven. “Het is heel bizar dat mensen hier vlak na de oorlog nog hun legerdienst hebben gedaan. De Kazerne Dossin werd meteen opnieuw in gebruik genomen als legerkazerne. Velen van hen die het museum nu komen bezoeken, zeggen dat ze van niets wisten. Het werd allemaal een beetje doodgezwegen. Dat heeft veel te maken met de mentaliteit vlak na de oorlog. Men wilde doorgaan met het leven en de maatschappij heropbouwen. Daardoor is er weinig aan bescherming gedaan en werd de Kazerne Dossin pas vanaf de jaren negentig geherwaardeerd.”

In de Kazerne Dossin, omgevormd tot Hof van Habsburg, kan men tegenwoordig een appartement huren of kopen. “Het is bevreemdend. Toch is het goed dat de kazerne destijds deze woonfunctie kreeg. Anders was ze misschien al lang tegen de vlakte gegaan. Ik vind het echt verschrikkelijk wat er hier met de joden gebeurde tijdens WOII en kan alleen maar hopen dat zoiets nooit meer voorvalt. Daar proberen wij met het museum ons steentje toe bij te dragen."

Het joods museum voor deportatie en verzet wil een dubbele boodschap overbrengen. “Langs de ene kant willen we vertellen wat er met de Belgische joden gebeurde tijdens WO II en zoveel mogelijk materiaal daarover verzamelen. Anderzijds willen we ook een link leggen tussen dat historisch verhaal en het heden. We zijn ervan overtuigd dat er lessen kunnen getrokken worden uit wat er zich zestig jaar geleden afspeelde. Hoe we vandaag moeten vermijden dat dit opnieuw kan gebeuren. Daar spelen we op in tijdens de rondleiding. We proberen regelmatig verbanden te leggen met vandaag, naar actuele bewegingen die dezelfde idealen onderschrijven, en maken de bezoekers daar waakzaam voor.”

Meer info
Joods Museum van Deportatie en verzet
Goswin de Stassartstraat 153
2800 Mechelen
Tel: 015 29 06 60


dinsdag 19 april 2011

Caro Diario: Het Italië van Nanni Moretti

Als er één regisseur is die ik mateloos bewonder dan is het de Italiaan Nanni Moretti en vooral zijn semi-autobiografische film Caro Diario uit 1993. De film bestaat uit een drieluik waarin Moretti op luchtige en humoristische wijze zijn ergernissen en kanttekeningen op de Italiaanse maatschappij deelt in de vorm van een dagboek.

Met de Vespa door Rome
In het eerste deel rijdt Moretti op een Vespa door de buitenwijken van een zomers Rome op ondermeer de muziek van Leonard Cohen’s ‘I’m your man’.  Onderweg verwondert hij zich over de architectuur uit verschillende tijdperken, bestudeert hij de dagelijkse leefpatronen van de inwoners en  geeft hij zijn mening over de hedendaagse cinema uit Hollywood. Je gaat al rijdend mee op de associatieve gedachtegang van Moretti terwijl hij schijnbaar zonder doel de straten doorkruist. De confrontaties zijn bijwijlen bevreemdend en dat is ook zijn bedoeling. Moretti wil het beeld oproepen van een alleenstaande buitenstaander die op onderzoek gaat naar de drijfveer van de dingen die hij onderweg tegenkomt. Zo vraagt hij zich bij buitenkomst van een lokale bioscoop en het zien van de film Henry, portrait of a serial killer af wie hem deze film ooit heeft aangeprezen. In een hilarische scene confronteert hij de filmcriticus met zijn zelfgeschreven recensie.

Op de Eolische eilanden
Moretti reist in het tweede deel samen met een vriend af naar de Eolische eilanden. Daar wil hij in alle rust werken aan ideeën voor een nieuwe film gebaseerd op de gekke krantenartikelen die hij jarenlang heeft bijgehouden. Maar telkens komen ze obstakels tegen die hun rust verstoren en hen noodzaken verder te reizen. Moretti en zijn vriend worden tijdens hun reis geconfronteerd met zichzelf en hun onderdrukte kwelduivels.

In het derde deel keert Moretti terug naar Rome waar hij vruchteloos zoekt naar een remedie voor een onophoudelijke jeuk die hem reeds wekenlang teistert. Hierbij neemt hij de schaamteloze dokterspraktijken op de korrel die hij door eigen ervaring aan den lijve heeft ondervonden.

Verdwenen Italië
Het is duidelijk dat Moretti op nostalgische wijze zoekt naar een verdwenen Italië. Hij is een beginnende veertiger die zichzelf en zijn gedachtegoed trouw bleef terwijl Italië verderging. Van het verroeste gedenkteken op de plaats waar Pausolini vermoord werd, over de teloorgang van het buurtleven in bepaalde wijken door misleidende mediaberichten, tot zijn eigen leeftijdsgenoten die zich onzeker en schuldig door het leven verplaatsen. De film voelt echter nooit te zwaar aan door de relativerende en humoristische kwinkslagen die Moretti in de film verwerkt. Zo verwoordt hij via zijn dagboek op intieme wijze de stem van een ‘laatste’ authentieke overblijver van een voorbije generatie.

Filmfragment






vrijdag 15 april 2011

The mummy returns

In het Brusselse Jubelparkmuseum kan je sinds mensenheugenis de mummie van de borduurster Euphemia gaan bewonderen. Lange tijd bleven er vele vraagtekens bestaan rond deze belangrijke vondst uit de Oudheid. Mieke Van Raemdonck gaf onlangs een lezing waarin ze de mythe rond de borduurster doorprikt.


Mieke Van Raemdonck is conservator aan het museum en verantwoordelijk voor de verzamelingen Islam, Christelijke Kunst van het Oosten en Koptische Textiel. Zij gaf onlangs een lezing waarin ze de mythe rond de 'borduurster' Euphemia doorprikt.

Europees project
"Door een nieuw onderzoek dat paste in een cultureel project van de Europese Commissie, 'Clothing and Identity - New perspectives on textiles in the Roman Empire', werd de mummie in ere hersteld."

"Ons doel was de band tussen identiteit en kleding in de Romeinse tijd te bestuderen. We wilden nagaan waar en wanneer kleding gedragen werd. De mummie van de borduurster Euphemia was hiervoor uiterst belangrijk. Ze is onaangeroerd wat haar kleding betreft en op internationaal gebied van goudwaarde."

"De mummie werd aan het begin van de 20ste eeuw opgegraven in de stad Antinoë in Midden-Egypte. De opgravingen gebeurden er onder leiding van de Franse archeoloog A. Gayet en de vondsten van de campagne werden tentoongesteld in het Musée Guimet in Parijs. In 1901 werden ze verkocht op een Parijse veiling waar het Jubelparkmuseum de mummie kon aankopen."

Geen borduurster
"Een eerste vaststelling van het onderzoek toont aan dat de kleding geen borduurwerk bevat. In werkelijkheid gaat het om legwerk. Dit werd vastgesteld door hartjes die in het weefsel werden verwerkt. Bij borduren wordt een motief op een reeds bestaand weefsel geborduurd. Bij legwerk wordt er daarentegen met een gekleurde draad een motief in het weefsel verwerkt."

"Als kleurstof van de hartjes werd het keizerlijk purper gebruikt. De kleurstof is erg duur en wordt verkregen via rotting van purperslakken. Alleen de allerrijksten konden zich dit veroorloven en de motieven zijn klein om geld uit te sparen. De vrouw kwam daarom uit een heel rijk milieu."

"Gayet vermeldde in zijn notities dat hij bij de mummie een versleten lijkwade vond waarop hij de naam Euphemia kon ontwaren. Jammer genoeg hebben we die niet teruggevonden. We hebben dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat ze werkelijk zo heette."

"Het onderzoek toont verder dat de mummie vier tunica’s aanheeft. Eén tot de knieën, een andere tot de enkels, nog eentje met mouwen en een laatste die bestaat uit een mouwloos hemd."

"Bij de tunica met mouwen zien we dat die gaten heeft onder de oksels. Daar zijn de armen doorgestoken en de mouwen zijn op de armen gelegd. We hebben hiervoor twee verklaringen. Men heeft de armen na behandeling door de okselgaten getrokken omdat men moeite had ze door de mouwen te trekken. Of de mouwen werden zo gedragen. Op vroege afbeeldingen uit de islamcultuur zien we dat de mouwen vaak losjes langszij hangen.”

Datering van de mummie
“Gayet dateerde de mummie in de gnostische periode (ca 3de eeuw na Chr.) via gnostisch ivoor. We hebben ivoren voorwerpen gevonden,maar daarmee kunnen we de mummie niet dateren."

"In 1905 dook er tijdens een inventarisatie plots een munt op uit de 4de eeuw na Chr. waarmee de mummie opnieuw werd gedateerd. Aangezien Gayet er niet over spreekt, moeten we aannemen dat de munt er later is bijgehaald."

"Vandaag wordt de mummie op basis van de structuur en stijl van de tunica’s gedateerd aan het eind van de 5de tot 7de eeuw na Chr. De radiokoolstofdatering dateert ze tussen de 6de tot 7de eeuw na Chr."

"De kledingstukken die op haar liggen passen in deze datering. Het los textiel en omliggende objecten zijn van verschillende data en komen vermoedelijk uit andere graven van Antinoë.”


Jubelparkmusea


vrijdag 10 september 2010

Expo Getekend: Fiep Westendorp

"Het gelukkigst was Fiep achter haar tekentafel"


Fiep Westendorp, voor vele mensen zal ze gekoesterd blijven als de vrouw die Jip en Janneke tot leven wekte in haar illustraties. Toch omvatte haar werk veel meer. Toen zij in 2004 overleed, liet ze een immens oeuvre na. In Mechelen loopt momenteel Getekend: Fiep Westendorp. Een unieke expo over leven en werk van deze veelzijdige Nederlandse illustratrice. Gioia Smid, biografe en medeoprichter van de Fiep Westendorp Foundation, kende haar van heel nabij.

Toen Gioia Smid in 1983 een tentoonstelling maakte voor het Nederlands Theater Instituut overAnnie M.G. Schmidt, kon ze niet raden dat dit haar leven ingrijpend zou veranderen. Ze kwam bij Fiep Westendorp thuis met de vraag of zij enkele van haar illustraties mocht lenen. Boven op Fiep’s atelier zocht ze een aantal tekeningen uit. Meteen het begin van een hele hechte vriendschap.


“Ik bezocht Fiep elke week en in het begin was dat gewoon voor de gezelligheid. Glaasjes wijn drinken en lekker kletsen. Later werd het ook handig dat ik de boodschappen voor haar deed. Dat werd meteen een aanleiding om vaker over de vloer te komen. Pas later zijn haar illustraties er zo doorheen gaan spelen. Wij hadden het natuurlijk over kunst met z’n tweeën, maar niet speciaal over haar werk. Ik dacht eigenlijk altijd dat daar goed voor gezorgd werd. Ik had nooit kunnen denken dat het nog allemaal bij haar thuis lag.”

Hoe kwam u daarachter?
Wel, op gegeven moment vroeg ik wat er nu met haar illustraties was gebeurd. Fiep vertelde me dat ze nog allemaal boven op haar atelier lagen. We hebben toen een deel van haar tekeningen naar beneden gehaald om ze te doornemen. Ik was ontzet dat er nog nooit iemand iets mee gedaan had. Ik wilde haar werk allereerst archiveren. Toen ik de uiteindelijke omvang van haar tekeningen zag en hoe mooi ze wel waren, vond ik ze een tentoonstelling waard. Fiep stond er eerst een beetje sceptisch tegenover. Ze was ervan overtuigd dat niemand geïnteresseerd zou zijn. Dat zullen we nog wel eens zien, dacht ik. Zo is er een eerste tentoonstelling geweest in de Kunsthal van Rotterdam.

Wat hebben haar tekeningen betekend voor de jeugd in Nederland en Vlaanderen?
Heel veel. Zij heeft namelijk in de eerste plaats het werk van Annie M.G. Schmidt een fysiek uiterlijk gegeven en tot leven gewekt. Zij heeft Pluk bedacht zoals hij eruit ziet. Als je het boek van Annie leest, krijg je geen enkel detail over hoe dat jongetje er nu werkelijk uitziet. Hij is er en hij rijdt op een rood kruiwagentje. Dat is de enige beschrijving die we krijgen. Jip en Janneke worden ook niet beschreven als zwart wit figuurtjes. Dat heeft Fiep ervan gemaakt en die beelden zitten bij ons allen in het geheugen gegrift. Ze hebben enorm veel kinderen aangesproken omdat Jip en Janneke zo ontzettend lief, vrolijk, humoristisch, ontroerend en vooral sterk herkenbaar zijn.

Heeft Fiep Westendorp ook andere illustratoren beïnvloed?
Dat denk ik wel. Je hoort vaak bij illustratoren: Fiep Westendorp heeft mijn leven veranderd. Zij heeft mijn kijk op plaatjes als kind reeds zo beïnvloed…daar heb ik altijd naar opgekeken. Ik was pas in New York en daar heb ik met een Amerikaanse illustrator gepraat die als klein jongetje emigreerde vanuit Nederland naar Amerika. Hij kon Jip en Janneke niet lezen omdat hij geen Nederlands meer sprak. Maar toen hij de tekeningen bij zijn ouders zag, wou hij hetzelfde gaan doen. Ze heeft echt een diepe indruk nagelaten.

Heeft zij een bepaald tijdsbeeld van Nederland neergetekend?
Ja en neen. Er zijn twee dingen aan het werk van Fiep Westendorp die interessant zijn om te analyseren. Aan de ene kant zitten er hele typische elementen uit de jaren ’60 en ’70 in haar tekeningen. De kleuren die ze gebruikt, de motiefjes, de meubeltjes…maar tegelijk heeft het ook iets volkomen tijdloos. Ze heeft haar afbeeldingen boven een bepaalde tijd kunnen uittillen. Als ze een auto uitbeeldt, is het altijd dezelfde soort auto. Maakt zij een tafel, idem dito. Op een gegeven ogenblik is het niet meer iets wat je herkent als een tafel uit een bepaalde periode, maar als een typische Fiep tafel. Ze heeft drie pootjes, dat soort kleuren en een tafelkleedje dat op een eigen manier gedrapeerd is. Ze creëerde iets wat vooral heel erg van haar was.

Die wereld was ook volledig tweedimensionaal. Waarom tekende zij liever op deze manier?
Je kan twee dingen concluderen. Iemand kon het niet of iemand wou het niet. Je ziet Fiep’s gewone tekeningen en daaruit kan je opmaken dat ze heel erg goed driedimensionaal kon tekenen. Maar zij had eerder het idee dat een boek plat is en je niet hoeft te suggereren wat er niet is. Het boven elkaar tekenen is een soort stijlmerk van haar geworden. Op een gegeven ogenblik bedenk je zoiets en hou je daaraan vast. Het werd voor haar een leuke manier van dingen neertekenen, een wereld die op elkaar is gezet. Het was daarom geen kwestie van niet kunnen. Ze had er geen plezier in.

Hoe was Fiep Westendorp naast haar werk?
Echt een bijzondere persoon. Heel aardig en tegelijk ook erg bescheiden. Een timmerman krijgt toch ook geen prijs omdat hij iets heeft gemaakt? Dat vond zij allemaal onzin. Het gelukkigste was zij achter de tekentafel en ook in kleine gezelschappen. Op verjaardagsfeesten komen er altijd een heleboel mensen en dan is het eigenlik altijd het leukste als iedereen bijna weg is. Met een kleine groep dierbare vrienden gezellig wijntjes drinken, kletsen, lachen en veel grapjes maken. Zij was een vrouw met een uitermate goed gevoel voor humor.

Hoe wilt u dat de mensen haar blijven herinneren?
Als iemand met een duidelijke voorliefde voor haar vak. Die met zoveel zorg, liefde en aandacht haar tekeningen maakte. Tegelijk ook als een vrouw die een eigen kijk op dingen heeft bedacht. En als kunstenares. Een illustrator is meer een soort van toegepaste kunstenaar. Je bent een soort vehikel voor een schrijver. Maar ik denk dat Fiep’s illustraties ook gewoon op zichzelf staan. Terwijl het juist haar idee was om enkel illustrator te worden. Ik doe haar daarom misschien onrecht door haar werk als kunst te beschouwen. Toch vind ik dat zij dit verdiend heeft. Puur op het getekende kan je haar illustraties bekijken en waarderen zonder dat je het verhaal nodig hebt.
David Tampère

De Fiep Westendorp Foundation

In haar testament liet Fiep Westendorp haar vermogen en de rechten op haar tekeningen na aan de Fiep Westendorp Foundation. Deze steunt en creëert projecten voor kinderen op artistiek en educatief vlak. Daarnaast is er ook Illustre bv. Die producten verkoopt met daarop illustraties van Fiep Westendorp. De opbrengst gaat naar de Fiep Westendorp Foundation.


Gioia Smid: “We ontwikkelen steeds nieuwe producten gemaakt in naam van Fiep’s geest. Dat is één manier waarop we haar oeuvre levend houden. Het is ook erg belangrijk dat we haar illustraties goed conserveren. In totaal heeft Fiep Westendorp meer dan 6000 tekeningen gemaakt. Die hoeven niet allemaal worden ingelijst. Wel moeten ze goed bewaard blijven voor de eeuwigheid. Bij onze projecten hebben we bijvoorbeeld de Fiep kinderhoek voor kinderziekenhuizen en brengen we speelgoedkisten naar opvanghuizen. We zijn ook bezig met een project voor slechtziende kinderen. Om brailleboekjes te maken van de tekeningen van Fiep Westendorp. Als stichting vinden wij dat leuk om te doen voor hen. Geen enkele uitgever heeft daar namelijk interesse voor. Zo zullen er steeds nieuwe projecten komen om de geest van FiepWestendorp levend te houden, maar ook om goed te doen. Iets wat zij het meest van al wou. Vreugde brengen in het leven van kinderen.”


De mooiste tekening van de tentoonstelling volgens Gioia Smid?
"Pluk en het flatgebouw. Qua perspectief klopt daar geen malle moer van. Zulk een gekke visie. Pluk woont helemaal boven in het gebouw in een gek torenkamertje. Dat je dat in een tekening zo kunt maken. Hoe die man naar boven zit te kijken naar dat torenkamertje…nou helemaal goed. En ook alle mensen die in het flatgebouw wonen. Dat je als kunstenares zicht hebt op de grote lijn door zulk een groot vlak te maken met zo’n gek perspectief, maar dat je er tegelijk zoveel details in verwerkt. Zoals dat oud vrouwtje dat een bezempje staat uit te kloppen op 15 hoog. Dat vind ik prachtig."

De expo Getekend Fiep Westendorp loopt nog tot 11 juni 2006 in de tentoonstellingsruimten van het Cultuurcentrum Mechelen.


Info & Tickets
In&uit Mechelen – Hallestraat 2-6 – 2800 Mechelen

Tarieven

6 euro volwassenen / 4 euro (-12 jaar)/ -5 jaar gratis

Reductietarief: 5 euro volwassenen (-26 jaar / + 60 jaar / leden Gezinsbond)
3 euro kinderen (leden Gezinsbond)
Groepstarief (min. 15 personen): 5 euro volwassenen / 3 euro kinderen (-12 jaar)

zondag 5 september 2010

De Beiaard zomeravondconcerten van Mechelen

Jo Haazen en Mechelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De stadsbeiaardier bespeelde er 29 jaar de prestigieuze beiaard van de Sint-Romboutstoren (1981-2009). Eén van de jaarlijkse hoogtepunten zijn de beiaardconcerten. Vanaf juni klinkt de beiaard elke maandagavond over de zomerse Dijlestad. In 2006 sprak ik hem in het ter ziele gegane restaurant Onder den toren over de toenmalige editie.














“We proberen steeds een gevarieerd programma aan te bieden, gespeeld door verschillende beiaardiers. In hoofdzaak spelen de stadsbeiaardier en de adjunct-stadsbeiaardier aangevuld met een aantal gasten. Meestal zijn dat enkele pas afgestudeerde studenten en buitenlandse beiaardiers. Ze komen uit landen als Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten. Dit jaar worden zij begeleid door het Mechelse harmonie orkest en een blaasensemble. Trompetten en bazuinen klinken altijd goed in combinatie met een beiaard.”

Een Mechelse traditie
De beiaard zomeravondconcerten zijn een ware Mechelse traditie. Ze werden in de 19de eeuw opgericht door Mechelaar Jef Denyn (grondlegger van de moderne beiaard). Later zijn andere steden zoals Antwerpen, Brugge en Gent mee op de kar gesprongen. “De beiaard was een instrument waar nog geen echte concerten voor georganiseerd werden zoals dat wel het geval is bij piano, orgel of viool. De beiaard speelde enkel om de bevolking te vermaken op feesten en bij marktdagen. Vanaf de 19de eeuw begon men speciale concerten aan te bieden waarbij de beiaardier iets meer kon tonen aan het publiek.”

Het ultieme aan beiaard spelen vindt Jo Haazen de dynamiek. “Je bent helemaal bezig met al je ledematen, met handen en voeten. Het is heel beweeglijk en gezond maar je moet je hoofd er heel goed bijhouden. Als je aan het spelen bent is het de grootste kunst om de nagalm van de klokken te onderdrukken. Zo klinkt het allemaal niet te chaotisch. Het beheersen van die chaos, dat is de grootste artistieke opdracht. De beste beiaardiers spelen helder. Met de nodige verfijning en soberheid.”

De beiaard is van en voor iedereen
Hoe is de beiaardmicrobe bij Jo Haazen beginnen kriebelen? “Als kind van dertien jaar wou ik in al mijn nieuwsgierigheid de monumentale Onze-Lieve-Vrouwetoren van Antwerpen vanbinnen bezichtigen. We kennen hem allemaal langs buiten maar het was toen moeilijker om binnen te raken. Ik sprak de beiaardier aan en die vroeg een briefje van mijn moeder waarin ze verklaarde dat ze instond voor mijn veiligheid. Ze stemde in en dat vormde het eigenlijke begin. Ik was zo onder de indruk van die klokken en de beiaard en was op slag verkocht. Ik heb het instrument eerst zelf geleerd, deels via de stadsbeiaardier van Antwerpen. Daarna ben ik op tamelijk jonge leeftijd naar de beiaardschool gegaan. Ik werd vanaf 1968 stadsbeiaardier van Antwerpen en speelde er 23 jaar. In Mechelen nu reeds 25 jaar. Ik heb de tijd gehad om te leren en daardoor begint het beiaardspel ook mooier en mooier te klinken.”

Wat betekenen de beiaardconcerten voor hem? “De beiaard is een Vlaamse uitvinding uit de 16de eeuw. De beiaardconcerten zijn daarom telkens een manifestatie van een stukje cultureel erfgoed. Heel het toenmalige maatschappelijk leven was ermee verbonden. De klokken duidden de tijd aan, sloegen alarm bij brand en overstromingen en gaven het teken wanneer de stadspoorten moesten sluiten. De beiaard was ook het enige openbare muziekinstrument waar de mensen naar konden luisteren. Oorspronkelijk is het een instrument van en voor iedereen. Het was de muzikale bekroning van de eerste vrije steden. Vrij van koningen, keizers en bisschoppen. Wij spelen in die traditie voor iedereen. Daarom willen we niet vanuit de hoogte spelen, want dat doen we al genoeg (lacht).

Genieten Onder den Toren:
Vanaf de eerste maandag na Pinksteren (07/06/2010) tot half september (14/09/2010) kan je in Mechelen komen genieten van de beiaardconcerten. Elke maandagavond van 20u30 tot 21u30.

Meer info:



donderdag 22 juli 2010

Winter in Brussel - 2002

















In 2002 zat ik in m'n eerste jaar journalistiek aan de Erasmus Hogeschool in Brussel. Eén van de toenmalige opdrachten voor het vak Nederlands was het schrijven van een essay over de stad Brussel. Onze lector verdeelde de klas in twee groepen. Dit bepaalde of je een positief of negatief imago diende te schetsen van de stad. Voor mij gold het laatste...

Die dag liep hij het centraal station uit en bevond zich pal in de metropool Brussel. Tientallen mensen liepen hem gehaast en onverschillig voorbij, allemaal op weg naar god mocht weten waar. Hij wandelde verder door de hoofdstad van Europa en het verkeer in de omliggende straten was oorverdovend terwijl de stank van uitlaatgassen keel- en neusgaten vulde en zijn maag bijna deed omdraaien. Wat deed hij in deze stad, wat had hij hier te zoeken?

Toen hij op de Grote markt kwam, stonden de toeristen massaal foto’s te trekken van de prachtige historische gebouwen. Die was hij al zo gewoon geworden dat hij ze meestal straal voorbij liep. Wat had hij zin om naar deze mensen toe te stappen en te vertellen dat het historische centrum weliswaar heel mooi was. Maar dat er zich enkele kilometers verderop een heel ander verhaal afspeelde.

Daar was de grandeur van Brussel ver te zoeken. De ooit zo statische herenhuizen waren helemaal vervallen en stonden op instorten. Straten waren reeds jaren niet meer vernieuwd en lagen vol zwerfvuil terwijl de criminaliteit er welig tierde.

Op zijn verdere wandeling kwam hij op gegeven ogenblik uit aan de Nieuwstraat. De solden waren aangebroken en daardoor bulkte ’s lands bekendste winkelstraat van het volk. Hij bekeek het tafereel dat zich voor zijn ogen afspeelde en kwam tot de vaststelling dat het contrast tussen arm en rijk niet beter kon worden geïllustreerd in deze grootstad. Mensen die de winkels leegkochten en tevreden terugkeerden naar huis naast clochards die her en der lagen te bedelen voor wat geld om deze koude dagen te doorstaan. Leve deze materialistische tijden ...

Hij stapte een broodjesbar binnen waar men hem zoals gewoonlijk in het Frans bediende en hij vriendelijk in het Nederlands antwoordde. Als we elkaar toch maar verstaan? Het was allemaal mooi in wetteksten opgeschreven dat Brussel tweetalig is maar in de praktijk was daar weinig van te merken. Je voelde je als Nederlandstalige gewoon steeds de mindere in deze stad.

Het begon donker te worden en zittend aan een tafeltje bij het raam op de eerste verdieping keek hij naar de mensenmassa onder hem en de verlichte miljoenenstad die hem omringde. Hij voelde zich eenzamer dan ooit tevoren. Waarom had ze hem verlaten? Hoe zou het nu verder gaan? De tijd verstreek geruisloos terwijl hij verder nadacht over zijn leven. Uiteindelijk verliet hij de zaak en baande zich een weg door de koude, donkere nacht.

De straten die daarnet nog bruisten van het leven, waren nu helemaal verlaten en kwamen hem bedreigend over. Hij wist nu wel zeker dat hij zich hier nooit thuis zou voelen. Via de kantorenwijk, die eigenlijk één uitgestrekte bouwwerf is, kwam hij bij het bouwvallige station van Brussel-Noord. Hier nam hij de trein huiswaarts. De stad die hij achter zich liet, had hem met meer vragen opgezadeld dan voorheen.

zondag 11 juli 2010

Het Euroshoppingcenter in Mechelen, anno 2005: De behandeling van een stadskanker

In 1974 werd in de historische binnenstad van Mechelen het Europshoppingcenter ingehuldigd. Al snel werd duidelijk dat het rendement van dit omvangrijke blok van korte duur zou zijn. Vandaag stuit de Mechelaar op een ruïne, een uitgezaaide kankerplek. We houden halt bij enkele voorname betrokkenen en meten de schade op.



















Le Jardin Botanique Of ‘den botanic’. Zo noemt menig Mechelaar de Stedelijke Kruidtuin waarin we ons bevinden. We kuieren langs de voormalige commanderij van Pitzemburg – het huidige Atheneum – en verlaten deze fiere Engelse tuin. Begin Leermarkt: kapotte ruiten, graffiti, een chaos aan geafficheerde deuren en muren. We staan voor de vervallen gevels van het Euroshoppingcomplex en zoeken de gezelligheid op van café Het Volkshuis.


“Ons café valt niet meer te redden,” aldus uitbaatster Myriam Schippers (49), van het voormalige socialistische partijhuis. Reeds twaalf jaar deelt zij en haar man Eddie, lief en leed van een schare vaste klanten. Klanten die ze als haar vrienden beschouwt en die haar job de moeite waard maken. Hen zal Myriam dan ook het meeste missen.
Naast ons aan de toog zit één van hen, gebogen over een glas rode wijn. “Van mij mag heel dat complex hier worden gesloopt. Zolang Het Volkshuis maar blijft bestaan.” Een smakelijke bulderlach galmt doorheen het café. Aan het woord is Erik Meys (52). Sinds Myriam en Eddie de zaak overnamen, komt hij hier dagelijks over de vloer. “In al die jaren heb ik hier een hechte vriendenkring opgebouwd. Zowel met de uitbaters als de mensen die hier over de vloer komen. Het zou voor mij een persoonlijke ramp zijn, moest Het Volkshuis sluiten, want ik heb maar één stamkroeg.”

Een grote schande

“Het stadsbestuur heeft de zaak veel te lang laten aanslepen, waardoor ook Het Volkshuis aan de verkrotting heeft moeten geloven”, vertelt Myriam. “Via de Europarking, die aan onze woonkamer grenst, sijpelde het water binnen. Inbev, de eigenaar van ons café, heeft meermaals een aangetekende brief verstuurd omwille van het ontstaan van betonrot. Dan kwam Vinci Park, de privé-eigenaar van de parking, er een stukje roofing over leggen. Uiteraard vindt het water dan andere wegen.”



Ook Erik is helemaal niet te spreken over de huidige staat van het Euroshoppingcenter. “Dat is gewoon een grote schande. Betonrot, waterinsijpeling, losliggende leidingen, trappen die stuk zijn en grote delen die ontoegankelijk zijn voor mensen en auto’s, ... Het is klaar voor de afbraak! Die was zeker te vermijden geweest mits het nodige onderhoud. De stad Mechelen heeft inderdaad veel te lang getalmd."

Is er nog leven na Het Volkshuis? Myriam: “Dan zit ik zonder werk of vergoeding hé.” Het kan haar niet sussen dat in de nieuwe bouwplannen opnieuw een ruimte voor Inbev zou voorzien zijn. “In principe krijgen wij dan het eerste bod. Maar ach, hoe lang gaat dat duren. Reken minstens op een jaar afbraak en dan beginnen de archeologen. Met vijf jaar kom je zeker niet toe. Op een andere locatie wil ik desnoods herbeginnen, maar dan zonder overnamekosten te moeten betalen, anders pas ik.

Erik vindt het voor zijn vrienden een zeer trieste zaak. “Ze hebben hier jaren iets proberen opbouwen en leven nu in een heel onzekere situatie. Ik heb nog niets gehoord over een mogelijke schadevergoeding voor hun handelspand. Meestal als je ergens weg moet, dien je die toch te krijgen?”

Ondanks de knagende onzekerheid, bewaart Myriam nog mooie herinneringen aan de omliggende buurt. “Zo had je bijvoorbeeld The Mills, een restaurant met een watermolen die draaide. Er waren ook dancings zoals The Queens Club, The Club Nr.1 en The Pub.” Erik betuigt met spijt in het hart dat deze buurt van Mechelen tegenwoordig dood en begraven is. “Het was hier heel gezellig om door de galerijen te kuieren en de winkels af te gaan. Iedereen wou dat nieuwe shoppingcenter wel eens in het echt zien. Ik ging er vaak met mijn vriendin of ouders naar de cinema. En achteraf nog een wafeltje in één van de snackbars.”

De op-en neergang van het Euroshoppingcenter

Hoe is het allemaal zover kunnen komen met het Euroshoppingcenter? In het stadsarchief van Mechelen geven ze ons alvast een naam en adres. Herman Janssens (73) heeft de op- en neergang van wel heel nabij ervaren. Hij was de bouwpromotor van het toenmalige project en stond jarenlang aan het hoofd van de raad van bestuur. Eveneens bezat hij er de meubelzaak Old & New England. Die brengt hij vanaf 1985 over naar de omgeving van het Mechelse station. Het is hier dat we hem laten terugblikken op een deel van zijn leven.


“Er was een Oude groentehal waar nu het Euroshoppingcenter staat. In opdracht van een Lierse bouwfirma werden ik en mijn vennoot Paul Geuens bouwpromotoren van het project. We mochten de hal afbreken van de stad indien we er een grote feestzaal en een winkelgalerij neerpootten. Er was helemaal geen tegenkanting tegen de afbraak. Mechelen sprong een gat in de lucht omdat het allemaal gratis gerealiseerd kon worden.”

Het project met daarboven een parking is een ware voltreffer. De interesse is zo groot dat ze op vijf weken tijd alles verkocht krijgen. Het doet Herman en Paul verder dromen. Samen richten ze het Mechelse Immobiliënkantoor De Dijle op. “Paul vond mij een snelle verkoper en wou samen met mij alle panden rond de winkelgalerij opkopen om er een groot shoppingcenter te realiseren. Het bisdom van Mechelen had er het grootste pand met een tuin”. Op korte tijd slagen ze in hun opzet.
Enkel met Brouwerij Lamot komen ze nooit tot een overeenkomst. Zij bezitten er het gebouw van De Voorzorg en dit wordt voor hen de duurste affaire in heel de zaak. “We moesten het gebouw afbreken en daarna vernieuwd weer opbouwen om het te integreren in het shoppingcenter. Het nieuwe project wordt Euroshoppingcenter gedoopt. Het moet dé nieuwe aantrekkingspool worden van een modern Mechelen. “We hadden onderzoek laten verrichten en alles wees erop dat het mogelijk was in de binnenstad. We spreken hier wel over de hoogconjunctuur die heerste aan het eind van de jaren zestig. Ik legde contacten met alle middenstanders en beleggers waarvan ik dacht dat ze zaken wilden doen. Iedereen was laaiend enthousiast en het Euroshoppingcomplex leek een gouden toekomst tegemoet te gaan.”


Na drie jaar van verkoop wordt in 1971 met de bouw van start gegaan. “Dat heeft een beetje te lang geduurd. Er was een jaar waarin we vertraging opliepen door problemen met de stad, de brandweer enzovoort.”

Dat blijkt niet alles te zijn. Er rijzen andere problemen tijdens de opbouw. “De firma die onze parking aankocht, betaalde niet meer omdat ze in moeilijkheden verkeerden. Het ging om een heel groot bedrag dat we nodig hadden om het Euroshoppingcenter verder te realiseren.” Paul en Herman krijgen een eerste meningsverschil. “Paul wilde de parking sluiten terwijl ik ze wilde openhouden. Hij argumenteerde dat we ons geld nooit meer zouden zien als we de parking open lieten. Als we ze sloten hadden we volgens hem een drukkingsmiddel."

De parking wordt afgesloten en het Euroshoppingcenter opent officieel zijn deuren in 1974. “Maar we verkochten maar zeventig procent van de totale oppervlakte. Er waren daarom nog veel lege winkelpanden toen de eerste klanten door de galerijen liepen. Dit kwam omdat we de parking niet openden voor het publiek. Het geld daarvoor hebben we trouwens nooit gezien. Toch konden we alles nog min of meer de baas.”

Maar in 1973 had de oliecrisis een wereldwijde recessie teweeggebracht. Het Euroshoppingcenter heeft de deuren een jaar voordien nog kunnen openen, maar deelt mee in de klappen. “Ik kreeg de winkels niet meer aan de straatstenen verkocht en moest ze allemaal zelf houden.”, vertelt Herman. De situatie wordt pas alarmerend wanneer enkele grote winkels vertrekken. “De speelgoedwinkel Christiaensen als eerste en dat deed andere kleine winkeliers ook weglopen. Tot overmaat van ramp liet mijn vennoot Paul Geuens me stikken en stond ik er helemaal alleen voor. Eén voor één zag ik met lede ogen de winkeliers uit het shoppingcenter wegtrekken. Dat was niet meer tegen te houden. Ze namen de lege winkelpanden over die zelfs op de Bruul en de IJzerenleen waren verschenen.”

Het toppunt moet Herman nog meemaken. “Toen ik op een morgen naar het Euroshoppingcenter ging, stond Textor helemaal leeg. Het was één van de grootste winkelpanden waar ik eigenaar van was. Ze betaalden geen huur meer en ik kwam in enorme financiële moeilijkheden. Toen ben ik er mijn meubelwinkel Old & New England begonnen om alles nog enigszins te redden.”

Het blijkt allemaal een maat voor niets. De eigenaars stellen steeds zwaardere huureisen en hij kan geen nieuwe huurders meer overhalen. Herman, die tot bestuurder van het Euroshoppingcomplex was benoemd, voelt de hete adem in zijn nek. De verschillende eigenaars zijn ontevreden en op een vergadering wordt hij uit het bestuur gestemd. Dat is volgens hem de grootste fout die men heeft begaan. “Ik deed echt alles voor de eigenaars. Zelfs ten koste van mijn eigen gezondheid. Mij werd verweten dat ik er genoeg aan had verdiend. Ik had hen zogezegd voor de gek gehouden. Herman stapt verbitterd op. “Als ze je wegstemmen, moet je vertrekken en dat heb ik dan ook gedaan.” Hij ziet vanaf de kantlijn toe hoe het Euroshoppingcomplex onder het bewind van een Antwerpenaar verder wegkwijnt. “Ik kon het niet langer meer aanzien en heb in 1985 dat zinkende schip moeten verlaten. Moeten, want anders was mijn meubelzaak zeker failliet gegaan.”

Hoe kijkt hij terug op zijn Euroshoppingcenter dat binnenkort wordt afgebroken? “Dat was misschien iets te groot voor Mechelen. Plotseling kwamen er honderd nieuwe winkels uit het niets bij. Toch was het allemaal op een goede manier begonnen. Maar er waren ook zaakvoerders ingekomen die nog veel moesten leren. Tachtig eigenaars die elk hun gedacht hebben en niet luisteren, kun je niet onder bedwang houden. Het bouwconcept met hellende vlakken in de winkelgalerijen was achteraf gezien misschien ook niet alles. Maar de grootste reden blijft de parking die veel te laat openging. Dat was het begin van het einde en heeft vele eigenaars doen vertrekken.”

Herman kan eindelijk zeggen dat hij de deuren van het Euroshoppingcenter voorgoed achter zich dichttrok. “Ik heb al mijn overblijvende eigendommen een maand geleden aan de stad verkocht. Dat mocht wel eens na al die jaren. Rijk ben ik er niet van geworden. De stad tracht de winkelpanden zo weinig mogelijk aan te kopen en met de eigenaars tot een vergelijk te komen. Ze wilt er nu op een goedkope manier eigenaar van worden. Dit terwijl ze er mee schuld aan heeft dat het Euroshoppingcomplex nu volledig vervallen is."

Club Ambiance

De avond valt over Mechelen. We zwerven rond in de buurt van het Euroshoppingcenter. In het duister van de vervallen Muntstraat doemt de fluorescerend blauwe sfeerverlichting van Club Ambiance op. Dit gezellige Marokkaanse theehuis is samen met een immobiliënkantoor het enige overblijvende pand in de winkelgalerij. Binnen zitten de vaste klanten vanuit hun zetels met elkaar te praten en van hun thee te nippen. Sommigen volgen Friends op televisie terwijl anderen een partijtje tafelvoetbal spelen. De barman zegt:”Het is koud hé!” Hij weet echter niets over een nakende afbraak en zet de muziek alvast iets luider.

Mohammed Nassiri (21) komt de bar binnengewandeld. Hij speelt bij de zaalvoetbalclub van Club Ambiance en blijft er allemaal vrij rustig onder. “We denken dat het hier wordt afgebroken tegen eind 2006. De stad heeft moeilijkheden om de panden van de eigenaars over te kopen. Dat heb ik toch gelezen althans... We wachten in elk geval af, we hebben nog tijd om weg te gaan. Dan zoeken wij wel gewoon een andere locatie.”

Ook naar zijn mening heeft de stad veel te lang gewacht om het verval tegen te gaan. “De winkelgalerij waar onze zaak op uitkomt, staat nu al ongeveer zeven jaar leeg. Dat is schandalig want ze ligt vol met vuil en blikjes. De winkelgalerij en het aanpalende Euroshoppingcenter werden volledig afgesloten. Die trokken teveel zwervers en junkies aan wat voor overlast in de buurt zorgde.

Voor de uitbaters van Het Volkshuis vindt hij het alvast erg. “Mijn vader gaat ’s morgens vaak een koffietje drinken bij Myriam. Ik vind het spijtig omdat ze echt vasthangen aan hun zaak.” Die avond gaan de conversaties gewoon verder in het kleine Club Ambiance. Het enige lichtpuntje in het desolate Euroshoppingcomplex dat boven de binnenstad uittorent.

David Tampère & Frank Verbist