ZOEKEN

Posts tonen met het label De wereld van gisteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De wereld van gisteren. Alle posts tonen

donderdag 9 januari 2014

Het land van de toekomst

'De wereld van gisteren, herinneringen van een Europeaan' van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig is één van de mooiste autobiografieën die ik ooit gelezen heb. Onvergetelijke herinneringen zijn het aan de op - en neergang van het liberale Europa, de tijdsgeest, de steden, de cultuur, de vrijheid van denken en reizen, ... Vooruitgang en een onwrikbaar vertrouwen in de toekomst waren het motto. 

W.O. I vernietigde dit Europa van zekerheden en machtige staten voorgoed. Daarna kwam de desillusie. De onomkeerbare terugval, de normvervaging en frustraties bij de Duitse en Oostenrijkse bevolking. De latere opkomst van het nationalisme, in een door armoede en wantrouwen geplaagd Duitsland, was de reactie van een volk dat terug verlangde naar orde en rust. De angst, afschaffing van vrije meningsuiting, rassenhaat en geweld werden geruisloos de norm. Vlak voor het uitbreken van W.O. II werpt Stefan Zweig na een rondreis zijn blik en hoop op Brazilië: 

Rio de Janeiro met uitzicht op de Suikerberg tijdens de jaren dertig
(Foto: O Rio de Janeiro Que Não Vivi)
"Een niet minder enorme indruk, een niet minder grote belofte betekende Brazilië voor mij, dat door de natuur zo rijk bedeelde land met de mooiste stad op aarde, dat land waarvan de reusachtige afstanden ook nu nog niet helemaal overbrugd zijn door treinen of wegen, en zelfs niet door het vliegtuig. Hier was het verleden zorgvuldiger bewaard dan in Europa zelf, hier heerste nog niet de zedenverruwing die de Eerste Wereldoorlog had meegebracht in de geest van de volkeren. De mensen leefden hier vreedzamer naast elkaar, hoffelijker, minder vijandig dan bij ons was hier zelfs de omgang tussen de meest verschillende rassen. Hier was de ene mens niet van de andere gescheiden door absurde theorieën van bloed en stam en afkomst; hier kon je, zei een merkwaardig voorgevoel je, nog in vrede leven, hier lag de ruimte, om elk armzalig korreltje waarvan de staten in Europa elkaar bevochten en de politici bakkeleiden, in nog niet gemeten omvang klaar voor de toekomst. Hier wachtte het land nog op de mens opdat hij het zou gebruiken en vullen met zijn aanwezigheid. Hier kon wat Europa aan beschaving had voortgebracht zich in nieuwe en andere vormen op imposante wijze voortzetten en ontwikkelen. Ik had, met ogen die verblijd waren door de duizendvoudige schoonheid van deze nieuwe natuur, een blik in de toekomst geworpen."

Stefan Zweig, De wereld van gisteren, herinneringen van een Europeaan, Amsterdam, 1990, p. 384-385.

zondag 24 februari 2013

The City - 1939

Troy Mcclure gehalte is hoog maar toch een aanrader. 'The city' (1939) was één van de eerste sociale documentaires die keek naar de gevolgen van industrialisatie en verstedelijking in Amerika en de impact op de maatschappij. Prachtig tijdsdocument.
 

woensdag 5 december 2012

De Waarheid - Michael Palin

Michael Palin trok voor zijn reisreportages reeds ettelijke malen de wereld rond. Momenteel is hij op Canvas te bewonderen in zijn reisreeks over Brazilië. In zijn tweede roman 'De Waarheid' liet hij het reizen ditmaal over aan zijn protagonist, de 56-jarige schrijver Keith Mabbut.

Mabbut die net terugkomt van een teleurstellende opdracht op de Shetlandeilanden, heeft er een gesponsord boek geschreven over de geschiedenis van de plaatselijke olieterminal. Ontevreden met de manier waarop het boek tot stand kwam, voelt hij zich professioneel op een dood spoor. “Als iemand van de school voor journalistiek had gezegd dat een oliemaatschappij mij tegen m'n zestigste zou bedanken omdat ik ze positief heb neergezet, had ik mijn opleiding eraan gegeven en was ik WC's gaan schoonmaken.”

Nostalgisch denkt hij terug aan zijn dagen als onafhankelijk milieujournalist, toen hij een prijs in de wacht sleepte voor zijn onderzoek naar de illegale lozingspraktijken van een waterbedrijf. Na dit succes, sloten de deuren in het wereldje zich echter hermetisch. Nu leeft hij voornamelijk van freelance opdrachten in de bedrijfsjournalistiek en sporadisch redactiewerk.

Mabbut ontvangt daarenboven het nieuws dat zijn vrouw van hem wil scheiden en ligt totaal overhoop met zichzelf. Op een keerpunt in zijn leven wil hij terug aanknopen met zijn eerste liefde: fictie. Daarnaast neemt hij het besluit om voortaan een onafhankelijke, zelf uitgestippelde koers te varen. Net als hij op het punt staat om zijn ultieme roman te schrijven over de geschiedenis van de mensheid, ontvangt hij een onverwacht telefoontje van zijn literaire agent Silla...

Een onwaarschijnlijk aanbod

Hij krijgt van uitgeverij Urgent Books het onwaarschijnlijke aanbod om de autobiografie te schrijven van Hamish Melville. Deze legendarische milieuactivist wil nooit geïnterviewd worden en mijdt sinds jaren elke vorm van publiciteit. CEO Ron Latham belooft hem een royale verloning als hij het boek in zes maanden weet te voltooien. Ondanks zijn aanvankelijke weigerachtigheid tegenover het project en zijn twijfels bij de figuur van Ron Latham, besluit Mabbut toch op het voorstel in te gaan.

Hij reist naar India waar Hamish Melville volgens welingelichte bronnen verblijft. Mabbut komt hem op het spoor, maar wordt in de jungle ontvoerd door Maoïstische rebellen. Als bij wonder wordt hij van de dood gered door niemand minder dan Melville. Mabbut raakt nauw betrokken bij diens protestactie tegen Astramex, een internationale mijnbouwcorporatie die het land van de plaatselijke bevolking bedreigt. Beetje bij beetje weet hij tot Melville door te dringen en brengt hij het boek tot een goed einde.

Terug in Londen is Ron Latham van Urgent Books echter minder tevreden met het geleverde resultaat en vraagt een aantal aanpassingen aan het boek. Plotseling valt het doek en komt Mabbut terecht in een web van intriges en manipulatie.

Onvervulde idealen

'De Waarheid' is een vlot geschreven boek en zit boordevol gevatte humor. Michael Palin gebruikt zijn jarenlange reiservaringen in de mooie beschrijvingen van het Indische landschap. Het is eveneens een maatschappijkritiek die de milieuproblematiek en de teloorgang van onafhankelijke verslaggeving in de kijker plaatst.

Palin beschrijft hoe mensen die sinds honderden jaren op dezelfde traditionele manier hebben geleefd, door een internationaal concern gedwongen worden hun land te verlaten. Door de mijnbouw wordt onder meer het water vervuild en verdwijnen irrigatiekanalen die ganse landbouwgebieden van water voorzien. De bevolking is niet opgewassen tegen deze machtige organisatie en verliest zo haar eigenheid en leefwijze voor het grote geldgewin.

“Kunnen ze tegengehouden worden?” vraagt Mabbut aan één van de actievoerders. “Iedereen doet zijn mond open, iedereen roept, maar daarna krijgt iedereen een school of een huis of een telefoon. Dus doet iedereen niets. Er staat maar één man aan onze kant, mister Keith! Maar één man voor wie Astramex bang is. Dat zult u nog wel zien.”

Hamish Melville geeft de plaatselijke bevolking een stem waarbij deze eenvoudige mensen toch een vuist kunnen maken.

Ik leefde meteen mee met het hoofdpersonage Keith Mabbut. Palin portretteert hem als een geromantiseerde einzelgänger, die in een gedigitaliseerde wereld nog steeds met een blocnote op pad gaat. Hij gaat enthousiast op zoek naar de waarheid achter de figuur van Hamish Melville, maar is vooral op zoek naar zichzelf. Het is een boek over onvervulde idealen en de universele zoektocht naar de waarheid.

Michael Palin, De Waarheid, Ambo/Anthos Uitgevers, Amsterdam, 2012, 336 p.

(op 3 januari 2013 ook verschenen op DeWereldMorgen.be)

zaterdag 10 november 2012

Mechelen tijdens de Groote Oorlog

Mechelen, de nadagen van augustus 1914. Enkele weken terug werd de  Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand in Sarajevo vermoord. Oostenrijk-Hongarije beschuldigt Servië van de moord. Wanneer er geen diplomatieke oplossing wordt gevonden, veroorzaakt dit een onvoorstelbare kettingreactie in Europa. De Europese grootmachten komen door reeds bestaande militaire verdragen regelrecht tegenover elkaar te staan en mobiliseren massaal hun legers.

Duitsland verklaart de oorlog aan Frankrijk en vervolgens aan België. Het valt op 4 augustus ons land binnen. Nadat eerst Brussel wordt ingenomen, trekt het Duitse leger verder noordwaarts richting Antwerpen. Wanneer de Duitsers na dagenlange gevechten door de Belgische verdedigingslinies ten zuiden van Mechelen breken, beschrijft de Amerikaanse oorlogscorrespondent E. Alexander Powell de algemene chaos en angst bij de bevolking.
"The retreat from Malines provided a spectacle which I shall never forget. For twenty miles every road was jammed with clattering cavalry, plodding infantry, and rumbling batteries, the guns, limbers, and caissons still covered with the green boughs which had been used to mask their position from German aeroplanes. Gendarmes in giant bearskins, chasseurs in uniforms of green and yellow, carabineers with their shiny leather hats, grenadiers, infantry of the line, guides, lancers, sappers and miners with picks and spades, engineers with pontoon-wagons, machine-guns drawn by dogs, ambulances with huge Red Cross flags fluttering above them, and cars, cars, cars, all the dear old familiar American makes among them, contributed to form a mighty river flowing towards Antwerp. Malines formerly had a population of fifty thousand people, and forty-five thousand of these fled when they heard that the Germans were returning. The scenes along the road were heart-rending in their pathos. The very young and the very old, the rich and the well- to-do and the poverty-stricken, the lame and the sick and the blind, with the few belongings they had been able to save in sheet- wrapped bundles on their backs or piled in push-carts, clogged the roads and impeded the soldiery. These people were abandoning all that they held most dear to pillage and destruction. They were completely terrorized by the Germans. But the Belgian army was not terrorized. It was a retreating army but it was victorious in retreat. The soldiers were cool, confident, courageous, and gave me the feeling that if the German giant left himself unguarded a single instant little Belgium would drive home a solar-plexus blow.
For many days after its evacuation by the Belgians, Malines occupied an unhappy position midway between the contending armies, being alternately bombarded by the Belgians and the Germans. The latter, instead of endeavouring to avoid damaging the splendid cathedral, whose tower, three hundred and twenty-five feet high, is the most conspicuous landmark in the region, seemed to take a grim pleasure in directing their fire upon the ancient building. The great clock, the largest in Belgium, was destroyed; the famous stained-glass windows were broken; the exquisite carvings were shattered; and shells, crashing through the walls and roof, converted the beautiful interior into a heap of debris. As there were no Belgian troops in Malines at this time, and as this fact was perfectly well known to the Germans, this bombardment of an undefended city and the destruction of its historic monuments struck me as being peculiarly wanton and not induced by any military necessity. It was, of course, part and parcel of the German policy of terrorism and intimidation. The bombardment of cities, the destruction of historic monuments, the burning of villages, and, in many cases, the massacre of civilians was the price which the Belgians were forced to pay for resisting the invader.

In order to ascertain just what damage had been done to the city, and particularly to the cathedral, I ran into Malines in my car during a pause in the bombardment. As the streets were too narrow to permit of turning the car around, and as it was more than probable that we should have to get out in a hurry, Roos suggested that we run in backward, which we did, I standing up in the tonneau, field-glasses glued to my eyes, on the look-out for lurking Germans. I don't recall ever having had a more eerie experience than that surreptitious visit to Malines. The city was as silent and deserted as a cemetery; there was not a human being to be seen; and as we cautiously advanced through the narrow, winding streets, the vacant houses echoed the throbbing of the motor with a racket which was positively startling. Just as we reached the square in front of the cathedral a German shell came shrieking over the house-tops and burst with a shattering crash in the upper story of a building a few yards away. The whole front of that building came crashing down about us in a cascade of brick and plaster. We did not stay on the order of our going. No. We went out of that town faster than any automobile every went out of it before. We went so fast, in fact, that we struck and killed the only remaining inhabitant. He was a large yellow dog."
E. Alexander Powell, Fighting in Flanders, New York, 1914
(op 9 november 2012 ook verschenen op Mechelen Blogt)

woensdag 12 september 2012

De Mechelse Dossinkazerne: Wachtkamer van de dood

Voor de Nazi’s was de Kazerne Dossin in Mechelen een verzamelkamp voor joden. Vanaf de zomer van 1942 werden zij er samengebracht om hen op efficiënte wijze te deporteren naar het oosten. Naar concentratiekampen zoals Auschwitz en Birkenau. De Kazerne Dossin werd daarom ook de wachtkamer van de dood genoemd. Joden dienden er tijdelijk te wachten op hun reis naar het ongewisse.

“Wanneer men toekwam, werd men samen met een honderdtal anderen te slapen gelegd in grote slaapzalen", zegt Marjan Verplancke, gids in de Kazerne Dossin. “Men sliep op de grond of op strozakken. Mannen, vrouwen en kinderen dienden er tweeëntwintig uur van een dag door te brengen. Twee uur per dag mocht men op de binnenkoer een soort van gymnastiek beoefenen. In het begin verbleven de gevangenen hier maar enkele dagen en werden dan meteen gedeporteerd naar Auschwitz."

“Er waren ook ateliers waar men tewerkgesteld kon worden. Daar werkten vooral Belgische gevangenen omdat zij niet meteen gedeporteerd werden. Zo was er bijvoorbeeld een schoenmaker en een schilder. Die laatste schilderde de nummerkaartjes van de gevangenen. Over het algemeen verbleef men hier echter zonder enige vorm van activiteit, wachtend op de volgende trein.”

Tussen vier muren
Waarom werd de Kazerne Dossin in Mechelen als verzamelpunt gekozen? “Mechelen is een stad die pal tussen Antwerpen en Brussel ligt en uitgerekend daar woonden destijds de meeste joden in België. Qua architectuur bleek de Kazerne Dossin ook heel geschikt voor de Nazi’s. Gevangenen konden hier heel moeilijk ontsnappen en bijna niemand kon binnenkijken. Daarom waren de inwoners van Mechelen maar matig op de hoogte van wat er gebeurde. Bovendien lag er hier vroeger ook een spoorlijn. Zo konden de joden gemakkelijk worden weggevoerd. Men werd omringd door een haag SS’ers, zodat niemand zag wat er gebeurde, en stapte op de trein."

De joden werden in twee fasen overtuigd om naar de Kazerne Dossin te komen. In het begin werd een list toegepast. “Er werd een bevel tot tewerkstelling aangemaakt en men werd ‘uitgenodigd’ om te gaan werken in het oosten. Velen beeldden zich daarbij in dat ze moesten gaan werken in een Duitse fabriek of op het land. Eigenlijk niet zo vreemd, want ook niet-joden werden verplicht om daar te gaan werken. De bevelen werden aangemaakt door de Nazi’s en werden door de jodenraad, de vereniging voor joden in België, verspreid met een begeleidende brief erbij te gehoorzamen om erger leed te vermijden. 3.900 mensen zijn met zo’n bevel naar de Kazerne Dossin gekomen. Er werden echter in totaal 12.000 bevelen verdeeld. Er was dus maar een minderheid die op deze oproep inging."

In een volgende fase startten de Nazi’s met razzia’s. "Men werd met geweld uit zijn huis gesleept en van bed gelicht. Taferelen die we kennen uit films en ook in België plaatsvonden. Vooral in Antwerpen, omdat de bezetter daar de actieve steun van de Antwerpse politie genoot. In Brussel weigerde de politie mee te werken en zijn er geen razzia’s georganiseerd. Op die manier werd iedereen naar Mechelen gebracht.”

Wanneer men aankwam, moest men wachten tot er zich duizend mensen in de kazerne bevonden. Dan vertrok er een nieuw konvooi. “In de praktijk was dat meestal een paar dagen. Maar naarmate de oorlog vorderde en er zich meer joden verstopten, was het veel moeilijker voor de Nazi’s om dat getal rond te krijgen. Daarom verbleven de joden hier veel langer. Men moest zich bij een receptie aanmelden en werd op een vreselijk vernederende manier gefouilleerd. Daarbij moest men al zijn bezittingen afstaan, van persoonlijke documenten tot de minste briefkaart of foto. Wij hebben deze tot op vandaag bewaard en mensen kunnen de bezittingen komen terugvragen.”

Ontsnappen uit de Kazerne Dossin was heel moeilijk. “Er is slechts één gevangene via het dak van het aanpalende Franciscanessenklooster kunnen vluchten. Als men werd opgepakt, werd men in een speciale cel geplaatst met een band rond de arm. Later werd men onmiddellijk op transport gezet. Een aantal kinderen is wel gered kunnen worden door de zusters van het Franciscanessenklooster. Aan de zusters werd gevraagd of zij op de kleinste kinderen wilden passen omdat ze het moreel naar beneden haalden. Later werden de kinderen samen met hun ouders gedeporteerd. In het begin gehoorzaamden de Franciscanessen. Daarna zijn ze begonnen met joodse kinderen achter te houden en niet meer terug te brengen. Via netwerken zijn er op deze wijze heel veel joodse kinderen gered.”

Na de oorlog
De Kazerne Dossin heeft dienst gedaan als verzamelpunt tot 4 september 1944. Van hieruit werden in totaal 25.257 Belgische joden en 351 zigeuners gedeporteerd. Slechts 1.207 van hen hebben het overleefd. Door de tand des tijds is er maar weinig bewaard gebleven. “Het is heel bizar dat mensen hier vlak na de oorlog nog hun legerdienst hebben gedaan. De Kazerne Dossin werd meteen opnieuw in gebruik genomen als legerkazerne. Velen van hen die het museum nu komen bezoeken, zeggen dat ze van niets wisten. Het werd allemaal een beetje doodgezwegen. Dat heeft veel te maken met de mentaliteit vlak na de oorlog. Men wilde doorgaan met het leven en de maatschappij heropbouwen. Daardoor is er weinig aan bescherming gedaan en werd de Kazerne Dossin pas vanaf de jaren negentig geherwaardeerd.”

In de Kazerne Dossin, omgevormd tot Hof van Habsburg, kan men tegenwoordig een appartement huren of kopen. “Het is bevreemdend. Toch is het goed dat de kazerne destijds deze woonfunctie kreeg. Anders was ze misschien al lang tegen de vlakte gegaan. Ik vind het echt verschrikkelijk wat er hier met de joden gebeurde tijdens WOII en kan alleen maar hopen dat zoiets nooit meer voorvalt. Daar proberen wij met het museum ons steentje toe bij te dragen."

Het joods museum voor deportatie en verzet wil een dubbele boodschap overbrengen. “Langs de ene kant willen we vertellen wat er met de Belgische joden gebeurde tijdens WO II en zoveel mogelijk materiaal daarover verzamelen. Anderzijds willen we ook een link leggen tussen dat historisch verhaal en het heden. We zijn ervan overtuigd dat er lessen kunnen getrokken worden uit wat er zich zestig jaar geleden afspeelde. Hoe we vandaag moeten vermijden dat dit opnieuw kan gebeuren. Daar spelen we op in tijdens de rondleiding. We proberen regelmatig verbanden te leggen met vandaag, naar actuele bewegingen die dezelfde idealen onderschrijven, en maken de bezoekers daar waakzaam voor.”

Meer info
Joods Museum van Deportatie en verzet
Goswin de Stassartstraat 153
2800 Mechelen
Tel: 015 29 06 60


vrijdag 10 augustus 2012

Jeugdjaren op papier

The town and the city
Jack Kerouac

Jean-Louis Lebris de Kerouac, beter gekend als Jack Kerouac, was een Amerikaans schrijver. Hij werd geboren in Lowell, Massachusetts op 12 maart 1922. Hij groeide op in een gezin waar de voertaal Frans was en leerde Engels toen hij eenmaal naar school ging. Hij was heel goed in American football en kreeg een beurs aangeboden voor de universiteit.
Kerouac ging naar New York, maar de universiteit interesseerde hem niet zo. Hier leerde hij enkele mensen kennen waarmee hij later de wereld zou rondreizen. Die ervaringen zou hij gebruiken voor zijn romans. Na een blessure en een ruzie met zijn footballcoach, stopte hij met zijn studies en had verschillende baantjes. Hij ging werken voor de Marine tijdens W.O. II en tussen zijn zeereizen door schreef hij in New York aan zijn debuutroman 'The town and the city' dat in 1950 werd uitgebracht. Het boek was geen verkoopsucces, maar gaf hem wel de status van nieuw aankomend talent.
Kerouac wilde het leven van de Amerikaanse reiziger vastleggen en ontwikkelde een spontane stijl van schrijven die de essentie van beweging probeerde vast te leggen in een oneindige stroom van gedachten en observaties. Zijn boek 'On the Road' is hier het beste voorbeeld van. Het volgt de reisavonturen van hem en zijn vrienden doorheen Amerika en Mexico. Hij schreef dit boek in minder dan drie weken op een enorme rol papier van meer dan veertig meter lang. Na publicatie werd het meteen een cultboek bij de Amerikaanse jeugd. Ongewild werd Kerouac van de ene op de andere dag de spreekbuis van een nieuwe generatie. 'The Beat Generation', die zijn levensstijl begon over te nemen, werd aangetrokken tot ontdekkingsreizen en het onbekende. Deze generatie zou uiteindelijk de hippiebeweging van de jaren zestig inspireren.
Op 21 oktober 1969 is Jack Kerouac op zevenenveertigjarige leeftijd overleden aan een hartaanval.

Leven onderweg
In zijn debuutroman 'The town and the city' pent hij zijn jeugdjaren op papier. Het verhaal volgt de familie Martin vanaf de jaren dertig tot vlak na W.O. II. Ze wonen in een klein stadje in het noorden van Amerika. De familie bestaat uit acht kinderen (vijf jongens en drie meisjes) die elk hun weg proberen te vinden in de wereld. Vele van de kinderen verlaten de kleine stad en voelen zich aangetrokken tot het leven van de grote stad. W.O. II rukt de gelukkige familie uit elkaar en het verhaal spits zich vanaf dan toe op de gedesillusioneerde achttienjarige Peter Martin. Hij geeft zijn universiteitsstudies op en wil zijn leven gaan leiden in de pure zin van het woord. Hij voelt zich aangetrokken tot een steeds veranderend Amerika en een wereld die hij zo graag wil ontdekken. Zo begint hij aan zijn leven onderweg:
On a higway on a rainy night in the summer of that year, by glistering waters of a river in a place not far from the lights of a town, among hills and river-bluffs that were like shadows, a big red truck stopped at the one-light junction. Peter Martin, in his black leather jacket, carrying the old canvas bag in which all his poor needments for a long journey were packed, got down from the truck.
"Don't worry about me," he cried, waving. "It's not raining hard at all. See? Just a drizzle, just a little drizzle. I'll be all right."
The driver of the truck, enshrouded in his high cab, sadly called out:"Well, I guess you'll be okay then. Remember what I told you now. Walk a quarter mile down the road , just follow the river, till you get to the railroad overpass. If it starts raining hard you can wait there. Then you come to the red lights at the big junction, and there you'll see the gas stations and the diners, and there's the main highway that'll take you right in. It goes over the bridge. Got that straight? Good luck to you man!" He shifted into gear and lumbered off the highway. And Peter was alone in the rainy night.
He was on the road again, traveling the continent westward, going off to further and further years, alone by the waters of life, alone, looking towards the lights of the river's cape, towards tapers burning warmly in the towns, looking down along the shore in remembrance of the dearness of his father and of all life. The heat-lightning glowed softly in the dark, and crowded treetop shores and wandering waters showed through shrouds of rain. When the railroad trains moaned, and river-winds blew, bringing echoes throught the vale, it was as if a wild hum of voices, the dear voices of everybody he had known, were crying:"Peter, Peter! Where are you going, Peter?" And a big soft gust of rain came down. He put up the collar of his jacket, and bowed his head, and hurried along.

Jack Kerouac, The town and the city, Penguin Books, London, 2000, p. 498-499

woensdag 23 mei 2012

Uitleven in reizen en schrijven

Joris Verbeure heeft al een leven van reizen achter de rug. Voor en naast zijn werk bij Wegwijzer trok hij de hele wereld rond. Tussen zijn vele reizen door woont hij in Brugge. Daar verplaatst hij zich meestal per fiets.

“Mijn passie voor reizen heb ik van mijn ouders meegekregen. In de zomer trokken wij steeds met een ganse bende vrienden naar Zwitserland. Weinig mensen gingen toen op reis. Zo heb ik beetje bij beetje de microbe te pakken gekregen. Als tiener van vijftien jaar was ik reeds alleen onderweg. Ik trok voor zeven weken met de fiets door Europa. De eindbestemming waren de Dolomieten in Italië. Thuis werd deze reis samen met mijn ouders voorbereid. Ik begrijp nog steeds niet dat ik dat toen van hen mocht. Het werd mijn eerste ontdekkingsreis waarbij ik in jeugdherbergen logeerde en onder bruggen sliep."


"Ik heb een sociale opleiding gevolgd, eigenlijk niet goed wetende waarom. Daarna heb ik een paar jaar in het onderwijs gestaan. Toch heeft het reizen en schrijven mij altijd meer geboeid. Al van heel vroeg begon ik mijn ervaringen op papier te zetten. Ik reisde een vijftal jaren de wereld rond, werkte als vrijwilliger in vluchtelingenkampen, ben leerkracht geweest in Pakistan en heb een jeugdherberg opengehouden in de Rocky Mountains. 23 jaar geleden ben ik bij Reiswijzer begonnen. Ik was erbij vanaf het begin en zag de organisatie groeien tot een klein bedrijf. Sindsdien kan ik mij uitleven in reizen en schrijven. Zo heb ik van mijn hobby uiteindelijk mijn beroep kunnen maken.”

Vrij voelen op reis
“Ik ben geëvolueerd in mijn idee over reizen. Toen ik jong was, wou ik de hele wereld zien. Tegenwoordig reis ik op een vastere manier. Ik ga naar landen die ik al ken, waarvan ik de taal spreek en de cultuur begrijp. Het avontuurlijke heeft wat moeten inboeten voor het inhoudelijke. Eigenlijk bezoek ik nog zelden bezienswaardigheden. De Guide Michelin wordt niet meegenomen op reis. Ik voel me namelijk ook enorm aangetrokken tot plaatsen waar je weinig toeristen zal zien, maar waar het toch heel interessant is. Ik probeer steeds een bepaald gebied en mensen te leren kennen. Portugal bezoek ik bijvoorbeeld erg graag. Ik spreek behoorlijk Portugees en heb er heel wat contacten. Dat is al een manier op zich om een land te betreden."

"Ik wil op een losse manier reizen. Dat is veel plezieriger.De meeste mensen vertrekken haast gestresseerd op reis. Zo’n reiziger ben ik niet. Volgende raad probeer ik steeds te geven. Vertrek en probeer niets op voorhand te plannen. Koop een ticket ergens naartoe en daarna zie je wel. Dan voel je jezelf vrij. Je hoeft daarvoor geen avontuurlijk type te zijn, iedereen kan dat. Reizen tot avontuur verheffen, heb ik altijd belachelijk gevonden. Je kan morgen naar Indonesië vertrekken zoals je naar Spanje zou gaan. Reizen is zo makkelijk geworden. Je hebt wereldreizigers die dat voorstellen als het grote avontuur, maar eigenlijk is dat iets heel gewoon. Overal zijn er mensen om je te helpen.”

Creatief reizen
“Je kunt ook thuis reizen. Reizen is een manier om de wereld te ontdekken. Als je gebeten bent door lectuur, kan je evenveel op reis gaan als iemand die dat in werkelijkheid doet. Je verplaatst je naar andere landen. Daarom is reizen veel meer dan je van thuis naar ergens verplaatsen, het is een geheel. Als ik toeristen ontmoet in Brugge en er een babbeltje mee sla, is dat eveneens een manier van de wereld ontdekken.

Eigenlijk moet reizen vooral tot stand komen op basis van een interesse. Ik vind dat bergafwaarts gaan. Je ziet meer en meer dat reizen puur commercieel wordt. Als je tegenwoordig in een bushokje staat, is de kans groot dat er een promotie naar een reisbestemming hangt. Heel veel mensen pikken daarop in, komen op hun reisbestemming en staan daar. Het zinvolle en leuke aan reizen kan volgens mij enkel als je daar iets van jezelf insteekt. Nu zijn er velen die een reis kopen zoals ze naar de bakker gaan. Een all-in pakket waarbij je niets meer hoeft te doen. Daar zit geen creativiteit meer in.”

Duurzaam reizen
“Iedereen moet op reis kunnen gaan. Laat zoveel mogelijk mensen de wereld rondtrekken en in contact treden met andere culturen. Dat heeft anderzijds tot gevolg dat we met velen onderweg zijn. Toch denk ik dat massatoerisme de authenticiteit van culturen niet aantast. Die wordt meer bepaald door de vrije markteconomie. De veranderingen in Zuid-Amerika hebben veel meer te maken met de economische invloed uit het westen dan het toerisme. Er zijn in de wereld meer elementen dan alleen het toerisme die maken dat de authenticiteit verdwijnt. Daarnaast is toerisme ook een kans voor ontwikkelingslanden om het beter te stellen. Laat ons met zijn allen naar Kenia gaan als de bevolking er beter van wordt. Het is een manier van ontwikkelingshulp. Jammer genoeg stroomt het geld nog altijd terug naar hier. Daarom moet je het massatoerisme niet tegengaan, maar wel de manier van reizen. Toerisme kan enorm veel teweeg brengen in de lokale gemeenschappen.”

Evoluties meemaken
“Als je vroeger bij mij thuis kwam, zou je denken dat je in een museum stond met souvenirs uit de hele wereld. Ik liet soms kistenvol overkomen naar huis. Ik heb ze allemaal verkocht. Je gaat bijna niets meer terugvinden in mijn interieur dat op reizen slaat. Ik breng ook geen klassieke souvenirs mee, wel veel boeken en muziek. Het gevaar met souvenirs bestaat dat je er herinneringen op gaat vastpinnen. Ik heb dat ook met foto’s. Je reizen worden gereduceerd tot een aantal beelden. Ik schrijf daarom heel veel van mijn reiservaringen neer."

"Zo keer ik na bepaalde tijd ook graag terug naar plaatsen. Je kunt dan vergelijken en terug kennis maken met iets wat je vroeger hebt beleefd. Portugal heb ik zien evolueren van een agrarische gemeenschap tot een moderne natie. Op twintig jaar tijd zijn er door de Europese Unie zoveel autowegen aangelegd dat het land werd kapot gemaakt. Evoluties meemaken is daarom heel interessant. Ik vraag me bijvoorbeeld af waarom er geen lifters meer langs de weg staan. Misschien omdat reizen goedkoper geworden is en er zo’n groot aanbod bestaat. Ik heb heel de wereld al liftend rondgereisd in en ongelofelijke ervaringen beleefd. In Noord-Amerika moet je gewoon liften. Amerikanen zijn zeer gastvrij. ’s Avonds zit je in de auto en vragen ze waar je gaat overnachten. Die nacht slaap je meestal bij hen thuis.”

Intens reizen
“Reizen heeft te maken met een bepaalde levenswijze. Je hebt mensen die alles rustig kunnen doen. Ik ben daar eigenlijk een beetje jaloers op. We hebben zo weinig tijd om het allemaal intens te ervaren. Ik probeer mijn reizen daarom in die sfeer te beleven. Een verre reis wil ik nog wel eens ondernemen als ik zeer veel tijd heb. Ik ga niet meer voor drie weken naar Indonesië of Mexico. Ook in Europa is er zoveel interessants te zien. Eén van de reizen die ik al lang wil ondernemen, is een fietstocht van Alaska naar Californië. Ik ga daar niet zolang meer mee wachten. Naast mijn bed ligt er al jaren een boek. Het beschrijft een fietsroute die dwars door de nationale parken van de Rocky Mountains loopt. Een traject met weinig gemotoriseerd verkeer. Je hebt er wel zo’n twee à drie maanden voor nodig. Daarom ben ik nu aan het uitbollen bij Wegwijzer zodat ik meer van die zaken kan doen.”

Meer info:
Joris Verbeure schreef volgend boek over zijn favoriete reisbestemming:

dinsdag 19 april 2011

Caro Diario: Het Italië van Nanni Moretti

Als er één regisseur is die ik mateloos bewonder dan is het de Italiaan Nanni Moretti en vooral zijn semi-autobiografische film Caro Diario uit 1993. De film bestaat uit een drieluik waarin Moretti op luchtige en humoristische wijze zijn ergernissen en kanttekeningen op de Italiaanse maatschappij deelt in de vorm van een dagboek.

Met de Vespa door Rome
In het eerste deel rijdt Moretti op een Vespa door de buitenwijken van een zomers Rome op ondermeer de muziek van Leonard Cohen’s ‘I’m your man’.  Onderweg verwondert hij zich over de architectuur uit verschillende tijdperken, bestudeert hij de dagelijkse leefpatronen van de inwoners en  geeft hij zijn mening over de hedendaagse cinema uit Hollywood. Je gaat al rijdend mee op de associatieve gedachtegang van Moretti terwijl hij schijnbaar zonder doel de straten doorkruist. De confrontaties zijn bijwijlen bevreemdend en dat is ook zijn bedoeling. Moretti wil het beeld oproepen van een alleenstaande buitenstaander die op onderzoek gaat naar de drijfveer van de dingen die hij onderweg tegenkomt. Zo vraagt hij zich bij buitenkomst van een lokale bioscoop en het zien van de film Henry, portrait of a serial killer af wie hem deze film ooit heeft aangeprezen. In een hilarische scene confronteert hij de filmcriticus met zijn zelfgeschreven recensie.

Op de Eolische eilanden
Moretti reist in het tweede deel samen met een vriend af naar de Eolische eilanden. Daar wil hij in alle rust werken aan ideeën voor een nieuwe film gebaseerd op de gekke krantenartikelen die hij jarenlang heeft bijgehouden. Maar telkens komen ze obstakels tegen die hun rust verstoren en hen noodzaken verder te reizen. Moretti en zijn vriend worden tijdens hun reis geconfronteerd met zichzelf en hun onderdrukte kwelduivels.

In het derde deel keert Moretti terug naar Rome waar hij vruchteloos zoekt naar een remedie voor een onophoudelijke jeuk die hem reeds wekenlang teistert. Hierbij neemt hij de schaamteloze dokterspraktijken op de korrel die hij door eigen ervaring aan den lijve heeft ondervonden.

Verdwenen Italië
Het is duidelijk dat Moretti op nostalgische wijze zoekt naar een verdwenen Italië. Hij is een beginnende veertiger die zichzelf en zijn gedachtegoed trouw bleef terwijl Italië verderging. Van het verroeste gedenkteken op de plaats waar Pausolini vermoord werd, over de teloorgang van het buurtleven in bepaalde wijken door misleidende mediaberichten, tot zijn eigen leeftijdsgenoten die zich onzeker en schuldig door het leven verplaatsen. De film voelt echter nooit te zwaar aan door de relativerende en humoristische kwinkslagen die Moretti in de film verwerkt. Zo verwoordt hij via zijn dagboek op intieme wijze de stem van een ‘laatste’ authentieke overblijver van een voorbije generatie.

Filmfragment






vrijdag 15 april 2011

The mummy returns

In het Brusselse Jubelparkmuseum kan je sinds mensenheugenis de mummie van de borduurster Euphemia gaan bewonderen. Lange tijd bleven er vele vraagtekens bestaan rond deze belangrijke vondst uit de Oudheid. Mieke Van Raemdonck gaf onlangs een lezing waarin ze de mythe rond de borduurster doorprikt.


Mieke Van Raemdonck is conservator aan het museum en verantwoordelijk voor de verzamelingen Islam, Christelijke Kunst van het Oosten en Koptische Textiel. Zij gaf onlangs een lezing waarin ze de mythe rond de 'borduurster' Euphemia doorprikt.

Europees project
"Door een nieuw onderzoek dat paste in een cultureel project van de Europese Commissie, 'Clothing and Identity - New perspectives on textiles in the Roman Empire', werd de mummie in ere hersteld."

"Ons doel was de band tussen identiteit en kleding in de Romeinse tijd te bestuderen. We wilden nagaan waar en wanneer kleding gedragen werd. De mummie van de borduurster Euphemia was hiervoor uiterst belangrijk. Ze is onaangeroerd wat haar kleding betreft en op internationaal gebied van goudwaarde."

"De mummie werd aan het begin van de 20ste eeuw opgegraven in de stad Antinoë in Midden-Egypte. De opgravingen gebeurden er onder leiding van de Franse archeoloog A. Gayet en de vondsten van de campagne werden tentoongesteld in het Musée Guimet in Parijs. In 1901 werden ze verkocht op een Parijse veiling waar het Jubelparkmuseum de mummie kon aankopen."

Geen borduurster
"Een eerste vaststelling van het onderzoek toont aan dat de kleding geen borduurwerk bevat. In werkelijkheid gaat het om legwerk. Dit werd vastgesteld door hartjes die in het weefsel werden verwerkt. Bij borduren wordt een motief op een reeds bestaand weefsel geborduurd. Bij legwerk wordt er daarentegen met een gekleurde draad een motief in het weefsel verwerkt."

"Als kleurstof van de hartjes werd het keizerlijk purper gebruikt. De kleurstof is erg duur en wordt verkregen via rotting van purperslakken. Alleen de allerrijksten konden zich dit veroorloven en de motieven zijn klein om geld uit te sparen. De vrouw kwam daarom uit een heel rijk milieu."

"Gayet vermeldde in zijn notities dat hij bij de mummie een versleten lijkwade vond waarop hij de naam Euphemia kon ontwaren. Jammer genoeg hebben we die niet teruggevonden. We hebben dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat ze werkelijk zo heette."

"Het onderzoek toont verder dat de mummie vier tunica’s aanheeft. Eén tot de knieën, een andere tot de enkels, nog eentje met mouwen en een laatste die bestaat uit een mouwloos hemd."

"Bij de tunica met mouwen zien we dat die gaten heeft onder de oksels. Daar zijn de armen doorgestoken en de mouwen zijn op de armen gelegd. We hebben hiervoor twee verklaringen. Men heeft de armen na behandeling door de okselgaten getrokken omdat men moeite had ze door de mouwen te trekken. Of de mouwen werden zo gedragen. Op vroege afbeeldingen uit de islamcultuur zien we dat de mouwen vaak losjes langszij hangen.”

Datering van de mummie
“Gayet dateerde de mummie in de gnostische periode (ca 3de eeuw na Chr.) via gnostisch ivoor. We hebben ivoren voorwerpen gevonden,maar daarmee kunnen we de mummie niet dateren."

"In 1905 dook er tijdens een inventarisatie plots een munt op uit de 4de eeuw na Chr. waarmee de mummie opnieuw werd gedateerd. Aangezien Gayet er niet over spreekt, moeten we aannemen dat de munt er later is bijgehaald."

"Vandaag wordt de mummie op basis van de structuur en stijl van de tunica’s gedateerd aan het eind van de 5de tot 7de eeuw na Chr. De radiokoolstofdatering dateert ze tussen de 6de tot 7de eeuw na Chr."

"De kledingstukken die op haar liggen passen in deze datering. Het los textiel en omliggende objecten zijn van verschillende data en komen vermoedelijk uit andere graven van Antinoë.”


Jubelparkmusea


zondag 3 april 2011

Yoga en Brussel: Lezing

De menselijke maatschappij heeft me altijd mateloos geboeid. Hier zo’n dertig kilometer vandaan ligt een prachtige en kosmopolitische stad. Het kloppend hart van België en Europa: Brussel. Toen ik er tien jaar geleden journalistiek ging studeren, was ze een ware openbaring. Tal van musea en historische bezienswaardigheden wisselden elkaar af met panoramische uitzichten, parken, kronkelende straten en eindeloze boulevards. Ik hield ervan om tijdens vrije momenten rond te zwerven in Brussel en het multiculturele, dagdagelijkse leven van de verschillende wijken op te snuiven. Het werd een vertrouwde plaats waar ik een deel van mezelf  en de wereld probeerde te ontdekken.

Maar tegelijk ondervond ik toen dat Brussel ook een stad was met erg veel samenlevingsproblemen. Hoge werkloosheid onder de bevolking, tal van daklozen, veel criminaliteit en een gebrek aan goede huisvesting waren er slechts enkele. Voeg daarbij de aanhoudende taalstrubbelingen, de spanningen tussen de Brusselse leefgemeenschappen, het verval van de politieke macht en je krijgt als buitenstaander een niet zo fleurig beeld van de stad.

Onlangs las ik het boek ‘Sadhana of de realisatie van het leven’. Het werd geschreven door de Indiase schrijver Rabindranath Tagore. Hij leefde van 1861 tot 1941 en won als eerste Aziaat de Nobelprijs voor literatuur in 1913. Hij schreef vele filosofische en maatschappijkritische teksten waarin hij een voorkeur had voor het dagdagelijkse leven van de gewone man.

Verdeel en heers
‘Sadhana of de realisatie van het leven’, omvat een aantal lezingen die Tagore gaf aan zijn eigen studenten en later aan Harvard University. In één van de hoofdstukken heeft hij het over de relatie van het individu ten opzichte van het universum. Hij maakt hierin een vergelijking tussen het westen en India.

Tagore stelt dat de beschaving van Oud-Griekenland ontstond binnen stadsmuren. Die stadsmuren laten ook in moderne samenlevingen diepe sporen na in onze manier van denken. Het principe van verdeel en heers waarbij we onze veroveringen trachten te beschermen is weid verspreid.

We splitsen landen, godsdienst, talen, rassen, wetenschap, cultuur, mens en natuur. Het zorgt ervoor dat we achterdochtig zijn ten opzichte van alles wat zich achter onze verdedigingsmuren bevindt. Hierdoor is het erg moeilijk voor buitenstaanders om door deze barrières te breken.

Eén met de natuur
De Indische beschaving daarentegen ontstond volgens Tagore in de bossen. Daar was genoeg voedsel, water en natuurlijke bescherming. Zo ontstond er een harmonieuze band tussen mens en natuur. Later, toen India gecultiveerd raakte en er grote steden ontstonden, bleef men zijn inspiratie halen uit het simpele, harmonieuze leven dat de eerste stamgemeenschappen ambieerden.

Het westen lijkt er fier op te zijn dat het de natuur onder controle heeft. Alsof we in een vijandige wereld leven. In de stad kan de mens al zijn gedachten op een schijnbaar natuurlijke wijze richten op leven en werk. We beseffen daarbij niet dat de stad juist zorgt voor een verbreking tussen mens en natuur.

In India wordt de mens daarom als één geheel gezien met de natuur. Als onze omgeving vreemd voor ons zou zijn, hoe zouden we er dan mee kunnen communiceren? Het doel van de mens wordt er gelijkgesteld met dat van het universum.

In het westen wordt er echter een scheiding gemaakt tussen het leven van de mens en dat van de natuur. We onderscheiden enerzijds de mens en anderzijds het leven van de natuur dat zich openbaart via onder andere dieren, planten en bomen. Wanneer de mens zich evenwel buiten de natuur plaatst, ontstaat er een disharmonie. We proberen op allerlei artificiële manieren de balans te herstellen en falen telkens weer. Zo geven we uiteindelijk de maatschappij en de natuur de schuld van onze onvrede. De mens moet daarom volgens Tagore terug één worden en buiten zijn ommuringen treden. Alles wat hij nodig heeft, ligt er buiten.

Het leven is immens
Als in het westen het zelf over al het andere heerst, toont India daarin een andere visie. Daar ambieerde men geen wereldlijke macht. Er waren verschillende klasses, maar zelfs de koning keek op naar de rishi’s, de eigenlijke heersers. Zij die één geworden waren met het al. De verbinding met het al werd in India als ultieme doel van de mensheid beschouwd. Niet wereldlijk succes met al zijn zorgen en leed.

De kern of de kracht die in alles zit, zit ook in ons, de ziel. Totaal verenigd zijn in wetenschap, liefde, omgang met alle wezens en daardoor zichzelf realiseren in het al is de essentie van goedheid. Dat is het centrale thema van de Upanishads: Het leven is immens!

Deze eclectische boodschap tekende Rabindranath Tagore op aan het begin van de 20ste eeuw en wens ik eveneens toe aan alle inwoners van Brussel, Vlaanderen, Wallonië en de Belgische politiek.

zaterdag 5 maart 2011

20 jaar Herman Van Veen: In vogelvlucht


Bij Herman Van Veen zal ik altijd denken aan het moment waarop mijn vader voor het eerst deze plaat oplegde. Ze leek wel volledig te kloppen met mijn onbezorgde jeugd van toen. Prachtige, ingetogen luisterliedjes die zich afspeelden in het salon van een oud herenhuis waar we toen woonden. Ze deden me wegdromen naar een wereld waarvan ik vermoedde dat hij groter moest zijn dan de plaatsen die ik kende. Een stem met een verhaal klonk uit krakende boxen. Later kwam er wat stof op de plaat en werd ze minder afgespeeld. Tot ze voorgoed in de hoes bleef steken. Vandaag leg ik 'In Vogelvlucht' op. De naald raakt de plaat, begint te spelen en enkele toeren later klinkt Herman Van Veen als vanouds. Elk liedje onthult een andere kleine atmosfeer. De boodschap is begrepen.



zondag 24 oktober 2010

Tragiek versus mystiek

Land van beloften, vrouwen onder de islam
August Thiry

In ‘Land van beloften, vrouwen onder de islam’ kruipt August Thiry in de huid van de 'Lonesome traveler'. Zijn reis start in Batoemi aan de Georgische kust, loopt met een omweg via Iran verder langs Midjat in Zuidoost-Turkije en brengt hem uiteindelijk naar de Pakistaanse hoogten van het mystieke Hunza. Gebieden die op het eerste gezicht niets met elkaar gemeen hebben, maar schijn bedriegt. In drie verhalen vertelt Thiry de tragische lotgevallen van mensen die, geconfronteerd met culturele en maatschappelijke veranderingen, een onzekere toekomst tegemoet treden.



In ‘De Kleurenmenger van Batoemi’ hoopt Thiry het nostalgische Batoemi van Paustovski terug te vinden. De Russische schrijver leefde aan het begin van de vorige eeuw in deze kustplaats. Wat hij te zien krijgt is echter minder fraai. Van de vergane glorie onder het communistische regime blijft maar weinig over. Samen met de weduwe Warda zwerft hij door de straten van het troosteloze Batoemi en leert haar verhaal kennen. Het wedervaren van een gepensioneerde vrouw die dapper haar mannetje probeert te staan in het door corruptie geplaagde Batoemi waar niets meer is wat het ooit was.

‘Shlemans wrok’ brengt Thiry bij de Assyrische beweging Beth Nahrin die strijden voor een eigen identiteit in het Midden-Oosten. Hoe de uitgeweken zakenman Shleman alles opgeeft in Zwitserland na die ene dramatische gebeurtenis in zijn leven. Vanaf die dag zet hij zich dagelijks in voor een autonome Assyrische staat vanuit de Iraanse hoofdstad Teheran. Dit samen met de jonge Ilona. Zij kan als vrijgevochten vrouw van Asyrische afkomst maar moeilijk aarden in het fundamentalistische Iran. Het geluk van haar moeder die een zangcarrière over de landsgrenzen uitbouwde, heeft ze niet gehad. Stilaan ontvouwt Thiry het geheim van Shleman.

In ‘Het been van de draak’ probeert Thiry het Hunza van de Vlaamse Marjan te ontdekken. Zij begon in de bergvlakten van Noord-Pakistan een nieuw leven met haar man Hakim. De droom sloeg al snel om in een nachtmerrie nadat hun eerstgeborene een meisje bleek te zijn. Gedesillusioneerd door aloude islamtradities vluchtte ze terug naar België. Thiry doet haar heenreis nog één keer over.

August Thiry neemt je mee op een reis vol lyrische plaatsbeschrijvingen, mijmering en zelfbeschouwing. Met de nodige vooraf opgedane kennis trekt hij steeds weer de hort op. Deze weetjes laat hij doorheen het boek meermaals in watervallen op je los. Dat kan in het begin een beetje storend overkomen, maar geleidelijk wen je daar aan. Bovenal probeert Thiry zijn eigen waarheid te destilleren uit de vele indrukken die hij te verwerken krijgt. Hij is zoals hij het zelf verwoordt “de anonieme passant die alle tijd van de wereld heeft om het onbekende binnenland van de vertellers te exploreren.” Je gaat op reis met de eigenzinnige, koppige gedachtegang van de kritische onderzoeksjournalist. Alles wordt vanuit diens oogpunt beleefd.

‘Land van beloften, vrouwen onder de islam’ is reisliteratuur voor lezers die houden van de melancholische, lyrische schrijfstijl die August Thiry zichzelf eigen heeft gemaakt. Diegenen die houden van avontuurlijk reizen en graag de vooraf uitgestippelde routes verlaten. Een voorliefde voor de islamitische cultuur en het oosten is daarbij een voordeel maar zeker geen must. Een gezonde dosis interesse voor menselijke verhalen en een reeks historische feiten op de achtergrond des te meer.
Het perfecte boek om in gedachten op reis te gaan of voor de globetrotter die na het lezen zelf op pad gaat. Zo wordt de traditie van de 'Lonesome traveler' voortgezet en in ere gehouden.



vrijdag 22 oktober 2010

Yoga is niet schools

‘Yoga is er voor de mens en niet omgekeerd. Lesgeven is een dienstbetoon, een offer aan de bron van ons bestaan die zich onder andere via de leerling manifesteert.’ Aan het woord is Herman Seymus, voorzitter van de Yogafederatie van de Nederlandstaligen in België. Als yogaleraar is hij verbonden aan de vereniging Yoga Niketan Belgium te Mechelen.





Op veertienjarige leeftijd kwam Herman Seymus met yoga in contact via zijn muziekleraar in het secundair onderwijs. Hij genoot zijn yogaonderricht ondermeer via hem, de gebroeders Mertens, swami Yogeshwarananda Saraswati en dr. E. Krishnamacharya.  

‘Shri Yogeshwarananda Saraswati is mijn goeroe, die me ingewijd heeft en waarvoor ik een grote genegenheid en respect koester,’ vertelt Seymus. ‘Hij bekeek educatie volgens de klassieke Indiase visie, als een middel tot Zelfrealisatie die de zin vormt van je bestaan. Hij kon zacht, maar tegelijk streng en veeleisend zijn. Tussen hem en mij bestond er naast het onderricht eveneens de directe overdracht van leraar op leerling,  die niet op schoolse principes was gefundeerd.’

Heropvoeding
Seymus ziet yoga  niet als een opleiding, maar eerder als een (her)opvoeding. ‘De leerling wordt van nabij gevolgd en bijgestuurd door de leraar. Daarbij fungeert de leraar als inspiratiebron en voorbeeld voor de leerling.’
Die traditionele meester-leerling relatie, in de  vorm van de directe ervaringsoverdracht, zoals dat ook  bij yoga gaat, bestond vroeger ook bij ons in de verschillende gilden.
‘Al doende leren, waarbij niet enkel het hoofd maar alle vermogens tegelijk worden gestimuleerd. Educatie veronderstelt dat je de omstandigheden creëert die het mogelijk maken om de aangeboren talenten van de leerling te ontwikkelen. Je laat dat wat potentieel aanwezig is in de leerling ontluiken.’

Deze vorm van kennis- en ervaringsoverdracht is eerder uitzondering dan regel geworden in de hedendaagse schoolopleidingen.
‘Er wordt nu hoofdzakelijk informatie doorgegeven met de hoop dat ze kennis wordt. Deze kennis en vaardigheden voldoen zo goed mogelijk aan het eisenpakket van de markteconomie, wat men met een duur woord als “eindtermen” omschrijft. Onderwijs is een bedrijf geworden en educatie een middel om een product te produceren. De scholen leveren als resultaat een halfafgewerkt fabricaat af, de gediplomeerde, dat geschikt is voor gebruik door het markteconomische complex. Hierbij wordt de beste kwaliteit/kost verhouding van de leverancier verwacht. De opvoeders worden als toemaatje dan ook nog eens onder druk gezet om aan de grillen van de leerlingen en ouders te voldoen. Het gevolg is dat vele goedmenende kandidaat-leraren afhaken of er zelfs niet meer aan willen beginnen.’

Waarom staat de huidige opleidingswijze dan niet meer ter discussie?
‘De beleidsmensen die tot de ontwikkeling van dit schoolsysteem aangezet hebben, pronken ermee. Alles is grotendeels gebaseerd op wedijver en presteren. De zogenaamd “zwakkeren” vallen daarbij uit de boot en belanden in het bijzonder onderwijs. Educatie is vandaag een overlevingstocht, een “Survival of the fittest” geworden. Het opdoen van een maximum aan intellectuele kennis en cognitieve vaardigheden in een zo kort mogelijke tijd, past volledig in dit plaatje. De integrale ontwikkeling en evenwichtige ontplooiing van het individu (humanisme) is van secundair belang geworden. Een zorgwekkend symptoom hiervan is het toenemende aantal leerlingen dat stress- en gedragsproblemen vertoont.’


Intuïtie versus conditionering
Volgens Seymus kan yoga alvast een actieve rol spelen bij het herdefiniëren van educatie. Door op prille leeftijd de ethische basisprincipes en waarden van yoga in de opvoeding te integreren. ‘Jongeren moeten eerst en vooral zichzelf leren kennen en zelfzekerheid opbouwen, alvorens ze door de huidige opvoedingsmethoden hun intuïtieve vermogens verliezen en hopeloos geconditioneerd raken. Het is perfect mogelijk om hen tot hun hogeschoolopleiding een algemeen aanbod te bieden. Op voorwaarde dat jongeren wordt duidelijk gemaakt hoe ze op een intelligente manier kunnen leren en eveneens assimileren, terwijl ze tegelijk hun zelfstandigheid tot ontwikkeling brengen. Deze aanpak hoeft daarom niet noodzakelijk onder het etiket yoga gecatalogeerd te worden.’

Seymus concludeert dat de toenemende verloedering van de maatschappij en de natuur op deze manier een halt zal toegeroepen worden. ‘Mensen zullen terug wakker en innerlijk vrij worden. Ze zullen blijk geven van een onafhankelijke geest, duidelijk beseffen wat essentieel is in het leven er ook naar handelen. De menselijke intuïtie zal hen terugvoeren naar zichzelf en de natuur.’