ZOEKEN

vrijdag 15 april 2011

The mummy returns

In het Brusselse Jubelparkmuseum kan je sinds mensenheugenis de mummie van de borduurster Euphemia gaan bewonderen. Lange tijd bleven er vele vraagtekens bestaan rond deze belangrijke vondst uit de Oudheid. Mieke Van Raemdonck gaf onlangs een lezing waarin ze de mythe rond de borduurster doorprikt.


Mieke Van Raemdonck is conservator aan het museum en verantwoordelijk voor de verzamelingen Islam, Christelijke Kunst van het Oosten en Koptische Textiel. Zij gaf onlangs een lezing waarin ze de mythe rond de 'borduurster' Euphemia doorprikt.

Europees project
"Door een nieuw onderzoek dat paste in een cultureel project van de Europese Commissie, 'Clothing and Identity - New perspectives on textiles in the Roman Empire', werd de mummie in ere hersteld."

"Ons doel was de band tussen identiteit en kleding in de Romeinse tijd te bestuderen. We wilden nagaan waar en wanneer kleding gedragen werd. De mummie van de borduurster Euphemia was hiervoor uiterst belangrijk. Ze is onaangeroerd wat haar kleding betreft en op internationaal gebied van goudwaarde."

"De mummie werd aan het begin van de 20ste eeuw opgegraven in de stad Antinoë in Midden-Egypte. De opgravingen gebeurden er onder leiding van de Franse archeoloog A. Gayet en de vondsten van de campagne werden tentoongesteld in het Musée Guimet in Parijs. In 1901 werden ze verkocht op een Parijse veiling waar het Jubelparkmuseum de mummie kon aankopen."

Geen borduurster
"Een eerste vaststelling van het onderzoek toont aan dat de kleding geen borduurwerk bevat. In werkelijkheid gaat het om legwerk. Dit werd vastgesteld door hartjes die in het weefsel werden verwerkt. Bij borduren wordt een motief op een reeds bestaand weefsel geborduurd. Bij legwerk wordt er daarentegen met een gekleurde draad een motief in het weefsel verwerkt."

"Als kleurstof van de hartjes werd het keizerlijk purper gebruikt. De kleurstof is erg duur en wordt verkregen via rotting van purperslakken. Alleen de allerrijksten konden zich dit veroorloven en de motieven zijn klein om geld uit te sparen. De vrouw kwam daarom uit een heel rijk milieu."

"Gayet vermeldde in zijn notities dat hij bij de mummie een versleten lijkwade vond waarop hij de naam Euphemia kon ontwaren. Jammer genoeg hebben we die niet teruggevonden. We hebben dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat ze werkelijk zo heette."

"Het onderzoek toont verder dat de mummie vier tunica’s aanheeft. Eén tot de knieën, een andere tot de enkels, nog eentje met mouwen en een laatste die bestaat uit een mouwloos hemd."

"Bij de tunica met mouwen zien we dat die gaten heeft onder de oksels. Daar zijn de armen doorgestoken en de mouwen zijn op de armen gelegd. We hebben hiervoor twee verklaringen. Men heeft de armen na behandeling door de okselgaten getrokken omdat men moeite had ze door de mouwen te trekken. Of de mouwen werden zo gedragen. Op vroege afbeeldingen uit de islamcultuur zien we dat de mouwen vaak losjes langszij hangen.”

Datering van de mummie
“Gayet dateerde de mummie in de gnostische periode (ca 3de eeuw na Chr.) via gnostisch ivoor. We hebben ivoren voorwerpen gevonden,maar daarmee kunnen we de mummie niet dateren."

"In 1905 dook er tijdens een inventarisatie plots een munt op uit de 4de eeuw na Chr. waarmee de mummie opnieuw werd gedateerd. Aangezien Gayet er niet over spreekt, moeten we aannemen dat de munt er later is bijgehaald."

"Vandaag wordt de mummie op basis van de structuur en stijl van de tunica’s gedateerd aan het eind van de 5de tot 7de eeuw na Chr. De radiokoolstofdatering dateert ze tussen de 6de tot 7de eeuw na Chr."

"De kledingstukken die op haar liggen passen in deze datering. Het los textiel en omliggende objecten zijn van verschillende data en komen vermoedelijk uit andere graven van Antinoë.”


Jubelparkmusea


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen