ZOEKEN

dinsdag 19 april 2011

Caro Diario: Het Italië van Nanni Moretti

Als er één regisseur is die ik mateloos bewonder dan is het de Italiaan Nanni Moretti en vooral zijn semi-autobiografische film Caro Diario uit 1993. De film bestaat uit een drieluik waarin Moretti op luchtige en humoristische wijze zijn ergernissen en kanttekeningen op de Italiaanse maatschappij deelt in de vorm van een dagboek.

Met de Vespa door Rome
In het eerste deel rijdt Moretti op een Vespa door de buitenwijken van een zomers Rome op ondermeer de muziek van Leonard Cohen’s ‘I’m your man’.  Onderweg verwondert hij zich over de architectuur uit verschillende tijdperken, bestudeert hij de dagelijkse leefpatronen van de inwoners en  geeft hij zijn mening over de hedendaagse cinema uit Hollywood. Je gaat al rijdend mee op de associatieve gedachtegang van Moretti terwijl hij schijnbaar zonder doel de straten doorkruist. De confrontaties zijn bijwijlen bevreemdend en dat is ook zijn bedoeling. Moretti wil het beeld oproepen van een alleenstaande buitenstaander die op onderzoek gaat naar de drijfveer van de dingen die hij onderweg tegenkomt. Zo vraagt hij zich bij buitenkomst van een lokale bioscoop en het zien van de film Henry, portrait of a serial killer af wie hem deze film ooit heeft aangeprezen. In een hilarische scene confronteert hij de filmcriticus met zijn zelfgeschreven recensie.

Op de Eolische eilanden
Moretti reist in het tweede deel samen met een vriend af naar de Eolische eilanden. Daar wil hij in alle rust werken aan ideeën voor een nieuwe film gebaseerd op de gekke krantenartikelen die hij jarenlang heeft bijgehouden. Maar telkens komen ze obstakels tegen die hun rust verstoren en hen noodzaken verder te reizen. Moretti en zijn vriend worden tijdens hun reis geconfronteerd met zichzelf en hun onderdrukte kwelduivels.

In het derde deel keert Moretti terug naar Rome waar hij vruchteloos zoekt naar een remedie voor een onophoudelijke jeuk die hem reeds wekenlang teistert. Hierbij neemt hij de schaamteloze dokterspraktijken op de korrel die hij door eigen ervaring aan den lijve heeft ondervonden.

Verdwenen Italië
Het is duidelijk dat Moretti op nostalgische wijze zoekt naar een verdwenen Italië. Hij is een beginnende veertiger die zichzelf en zijn gedachtegoed trouw bleef terwijl Italië verderging. Van het verroeste gedenkteken op de plaats waar Pausolini vermoord werd, over de teloorgang van het buurtleven in bepaalde wijken door misleidende mediaberichten, tot zijn eigen leeftijdsgenoten die zich onzeker en schuldig door het leven verplaatsen. De film voelt echter nooit te zwaar aan door de relativerende en humoristische kwinkslagen die Moretti in de film verwerkt. Zo verwoordt hij via zijn dagboek op intieme wijze de stem van een ‘laatste’ authentieke overblijver van een voorbije generatie.

Filmfragment






vrijdag 15 april 2011

The mummy returns

In het Brusselse Jubelparkmuseum kan je sinds mensenheugenis de mummie van de borduurster Euphemia gaan bewonderen. Lange tijd bleven er vele vraagtekens bestaan rond deze belangrijke vondst uit de Oudheid. Mieke Van Raemdonck gaf onlangs een lezing waarin ze de mythe rond de borduurster doorprikt.


Mieke Van Raemdonck is conservator aan het museum en verantwoordelijk voor de verzamelingen Islam, Christelijke Kunst van het Oosten en Koptische Textiel. Zij gaf onlangs een lezing waarin ze de mythe rond de 'borduurster' Euphemia doorprikt.

Europees project
"Door een nieuw onderzoek dat paste in een cultureel project van de Europese Commissie, 'Clothing and Identity - New perspectives on textiles in the Roman Empire', werd de mummie in ere hersteld."

"Ons doel was de band tussen identiteit en kleding in de Romeinse tijd te bestuderen. We wilden nagaan waar en wanneer kleding gedragen werd. De mummie van de borduurster Euphemia was hiervoor uiterst belangrijk. Ze is onaangeroerd wat haar kleding betreft en op internationaal gebied van goudwaarde."

"De mummie werd aan het begin van de 20ste eeuw opgegraven in de stad Antinoë in Midden-Egypte. De opgravingen gebeurden er onder leiding van de Franse archeoloog A. Gayet en de vondsten van de campagne werden tentoongesteld in het Musée Guimet in Parijs. In 1901 werden ze verkocht op een Parijse veiling waar het Jubelparkmuseum de mummie kon aankopen."

Geen borduurster
"Een eerste vaststelling van het onderzoek toont aan dat de kleding geen borduurwerk bevat. In werkelijkheid gaat het om legwerk. Dit werd vastgesteld door hartjes die in het weefsel werden verwerkt. Bij borduren wordt een motief op een reeds bestaand weefsel geborduurd. Bij legwerk wordt er daarentegen met een gekleurde draad een motief in het weefsel verwerkt."

"Als kleurstof van de hartjes werd het keizerlijk purper gebruikt. De kleurstof is erg duur en wordt verkregen via rotting van purperslakken. Alleen de allerrijksten konden zich dit veroorloven en de motieven zijn klein om geld uit te sparen. De vrouw kwam daarom uit een heel rijk milieu."

"Gayet vermeldde in zijn notities dat hij bij de mummie een versleten lijkwade vond waarop hij de naam Euphemia kon ontwaren. Jammer genoeg hebben we die niet teruggevonden. We hebben dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat ze werkelijk zo heette."

"Het onderzoek toont verder dat de mummie vier tunica’s aanheeft. Eén tot de knieën, een andere tot de enkels, nog eentje met mouwen en een laatste die bestaat uit een mouwloos hemd."

"Bij de tunica met mouwen zien we dat die gaten heeft onder de oksels. Daar zijn de armen doorgestoken en de mouwen zijn op de armen gelegd. We hebben hiervoor twee verklaringen. Men heeft de armen na behandeling door de okselgaten getrokken omdat men moeite had ze door de mouwen te trekken. Of de mouwen werden zo gedragen. Op vroege afbeeldingen uit de islamcultuur zien we dat de mouwen vaak losjes langszij hangen.”

Datering van de mummie
“Gayet dateerde de mummie in de gnostische periode (ca 3de eeuw na Chr.) via gnostisch ivoor. We hebben ivoren voorwerpen gevonden,maar daarmee kunnen we de mummie niet dateren."

"In 1905 dook er tijdens een inventarisatie plots een munt op uit de 4de eeuw na Chr. waarmee de mummie opnieuw werd gedateerd. Aangezien Gayet er niet over spreekt, moeten we aannemen dat de munt er later is bijgehaald."

"Vandaag wordt de mummie op basis van de structuur en stijl van de tunica’s gedateerd aan het eind van de 5de tot 7de eeuw na Chr. De radiokoolstofdatering dateert ze tussen de 6de tot 7de eeuw na Chr."

"De kledingstukken die op haar liggen passen in deze datering. Het los textiel en omliggende objecten zijn van verschillende data en komen vermoedelijk uit andere graven van Antinoë.”


Jubelparkmusea


zondag 3 april 2011

Yoga en Brussel: Lezing

De menselijke maatschappij heeft me altijd mateloos geboeid. Hier zo’n dertig kilometer vandaan ligt een prachtige en kosmopolitische stad. Het kloppend hart van België en Europa: Brussel. Toen ik er tien jaar geleden journalistiek ging studeren, was ze een ware openbaring. Tal van musea en historische bezienswaardigheden wisselden elkaar af met panoramische uitzichten, parken, kronkelende straten en eindeloze boulevards. Ik hield ervan om tijdens vrije momenten rond te zwerven in Brussel en het multiculturele, dagdagelijkse leven van de verschillende wijken op te snuiven. Het werd een vertrouwde plaats waar ik een deel van mezelf  en de wereld probeerde te ontdekken.

Maar tegelijk ondervond ik toen dat Brussel ook een stad was met erg veel samenlevingsproblemen. Hoge werkloosheid onder de bevolking, tal van daklozen, veel criminaliteit en een gebrek aan goede huisvesting waren er slechts enkele. Voeg daarbij de aanhoudende taalstrubbelingen, de spanningen tussen de Brusselse leefgemeenschappen, het verval van de politieke macht en je krijgt als buitenstaander een niet zo fleurig beeld van de stad.

Onlangs las ik het boek ‘Sadhana of de realisatie van het leven’. Het werd geschreven door de Indiase schrijver Rabindranath Tagore. Hij leefde van 1861 tot 1941 en won als eerste Aziaat de Nobelprijs voor literatuur in 1913. Hij schreef vele filosofische en maatschappijkritische teksten waarin hij een voorkeur had voor het dagdagelijkse leven van de gewone man.

Verdeel en heers
‘Sadhana of de realisatie van het leven’, omvat een aantal lezingen die Tagore gaf aan zijn eigen studenten en later aan Harvard University. In één van de hoofdstukken heeft hij het over de relatie van het individu ten opzichte van het universum. Hij maakt hierin een vergelijking tussen het westen en India.

Tagore stelt dat de beschaving van Oud-Griekenland ontstond binnen stadsmuren. Die stadsmuren laten ook in moderne samenlevingen diepe sporen na in onze manier van denken. Het principe van verdeel en heers waarbij we onze veroveringen trachten te beschermen is weid verspreid.

We splitsen landen, godsdienst, talen, rassen, wetenschap, cultuur, mens en natuur. Het zorgt ervoor dat we achterdochtig zijn ten opzichte van alles wat zich achter onze verdedigingsmuren bevindt. Hierdoor is het erg moeilijk voor buitenstaanders om door deze barrières te breken.

Eén met de natuur
De Indische beschaving daarentegen ontstond volgens Tagore in de bossen. Daar was genoeg voedsel, water en natuurlijke bescherming. Zo ontstond er een harmonieuze band tussen mens en natuur. Later, toen India gecultiveerd raakte en er grote steden ontstonden, bleef men zijn inspiratie halen uit het simpele, harmonieuze leven dat de eerste stamgemeenschappen ambieerden.

Het westen lijkt er fier op te zijn dat het de natuur onder controle heeft. Alsof we in een vijandige wereld leven. In de stad kan de mens al zijn gedachten op een schijnbaar natuurlijke wijze richten op leven en werk. We beseffen daarbij niet dat de stad juist zorgt voor een verbreking tussen mens en natuur.

In India wordt de mens daarom als één geheel gezien met de natuur. Als onze omgeving vreemd voor ons zou zijn, hoe zouden we er dan mee kunnen communiceren? Het doel van de mens wordt er gelijkgesteld met dat van het universum.

In het westen wordt er echter een scheiding gemaakt tussen het leven van de mens en dat van de natuur. We onderscheiden enerzijds de mens en anderzijds het leven van de natuur dat zich openbaart via onder andere dieren, planten en bomen. Wanneer de mens zich evenwel buiten de natuur plaatst, ontstaat er een disharmonie. We proberen op allerlei artificiële manieren de balans te herstellen en falen telkens weer. Zo geven we uiteindelijk de maatschappij en de natuur de schuld van onze onvrede. De mens moet daarom volgens Tagore terug één worden en buiten zijn ommuringen treden. Alles wat hij nodig heeft, ligt er buiten.

Het leven is immens
Als in het westen het zelf over al het andere heerst, toont India daarin een andere visie. Daar ambieerde men geen wereldlijke macht. Er waren verschillende klasses, maar zelfs de koning keek op naar de rishi’s, de eigenlijke heersers. Zij die één geworden waren met het al. De verbinding met het al werd in India als ultieme doel van de mensheid beschouwd. Niet wereldlijk succes met al zijn zorgen en leed.

De kern of de kracht die in alles zit, zit ook in ons, de ziel. Totaal verenigd zijn in wetenschap, liefde, omgang met alle wezens en daardoor zichzelf realiseren in het al is de essentie van goedheid. Dat is het centrale thema van de Upanishads: Het leven is immens!

Deze eclectische boodschap tekende Rabindranath Tagore op aan het begin van de 20ste eeuw en wens ik eveneens toe aan alle inwoners van Brussel, Vlaanderen, Wallonië en de Belgische politiek.

zaterdag 5 maart 2011

20 jaar Herman Van Veen: In vogelvlucht


Bij Herman Van Veen zal ik altijd denken aan het moment waarop mijn vader voor het eerst deze plaat oplegde. Ze leek wel volledig te kloppen met mijn onbezorgde jeugd van toen. Prachtige, ingetogen luisterliedjes die zich afspeelden in het salon van een oud herenhuis waar we toen woonden. Ze deden me wegdromen naar een wereld waarvan ik vermoedde dat hij groter moest zijn dan de plaatsen die ik kende. Een stem met een verhaal klonk uit krakende boxen. Later kwam er wat stof op de plaat en werd ze minder afgespeeld. Tot ze voorgoed in de hoes bleef steken. Vandaag leg ik 'In Vogelvlucht' op. De naald raakt de plaat, begint te spelen en enkele toeren later klinkt Herman Van Veen als vanouds. Elk liedje onthult een andere kleine atmosfeer. De boodschap is begrepen.



zondag 24 oktober 2010

Tragiek versus mystiek

Land van beloften, vrouwen onder de islam
August Thiry

In ‘Land van beloften, vrouwen onder de islam’ kruipt August Thiry in de huid van de 'Lonesome traveler'. Zijn reis start in Batoemi aan de Georgische kust, loopt met een omweg via Iran verder langs Midjat in Zuidoost-Turkije en brengt hem uiteindelijk naar de Pakistaanse hoogten van het mystieke Hunza. Gebieden die op het eerste gezicht niets met elkaar gemeen hebben, maar schijn bedriegt. In drie verhalen vertelt Thiry de tragische lotgevallen van mensen die, geconfronteerd met culturele en maatschappelijke veranderingen, een onzekere toekomst tegemoet treden.



In ‘De Kleurenmenger van Batoemi’ hoopt Thiry het nostalgische Batoemi van Paustovski terug te vinden. De Russische schrijver leefde aan het begin van de vorige eeuw in deze kustplaats. Wat hij te zien krijgt is echter minder fraai. Van de vergane glorie onder het communistische regime blijft maar weinig over. Samen met de weduwe Warda zwerft hij door de straten van het troosteloze Batoemi en leert haar verhaal kennen. Het wedervaren van een gepensioneerde vrouw die dapper haar mannetje probeert te staan in het door corruptie geplaagde Batoemi waar niets meer is wat het ooit was.

‘Shlemans wrok’ brengt Thiry bij de Assyrische beweging Beth Nahrin die strijden voor een eigen identiteit in het Midden-Oosten. Hoe de uitgeweken zakenman Shleman alles opgeeft in Zwitserland na die ene dramatische gebeurtenis in zijn leven. Vanaf die dag zet hij zich dagelijks in voor een autonome Assyrische staat vanuit de Iraanse hoofdstad Teheran. Dit samen met de jonge Ilona. Zij kan als vrijgevochten vrouw van Asyrische afkomst maar moeilijk aarden in het fundamentalistische Iran. Het geluk van haar moeder die een zangcarrière over de landsgrenzen uitbouwde, heeft ze niet gehad. Stilaan ontvouwt Thiry het geheim van Shleman.

In ‘Het been van de draak’ probeert Thiry het Hunza van de Vlaamse Marjan te ontdekken. Zij begon in de bergvlakten van Noord-Pakistan een nieuw leven met haar man Hakim. De droom sloeg al snel om in een nachtmerrie nadat hun eerstgeborene een meisje bleek te zijn. Gedesillusioneerd door aloude islamtradities vluchtte ze terug naar België. Thiry doet haar heenreis nog één keer over.

August Thiry neemt je mee op een reis vol lyrische plaatsbeschrijvingen, mijmering en zelfbeschouwing. Met de nodige vooraf opgedane kennis trekt hij steeds weer de hort op. Deze weetjes laat hij doorheen het boek meermaals in watervallen op je los. Dat kan in het begin een beetje storend overkomen, maar geleidelijk wen je daar aan. Bovenal probeert Thiry zijn eigen waarheid te destilleren uit de vele indrukken die hij te verwerken krijgt. Hij is zoals hij het zelf verwoordt “de anonieme passant die alle tijd van de wereld heeft om het onbekende binnenland van de vertellers te exploreren.” Je gaat op reis met de eigenzinnige, koppige gedachtegang van de kritische onderzoeksjournalist. Alles wordt vanuit diens oogpunt beleefd.

‘Land van beloften, vrouwen onder de islam’ is reisliteratuur voor lezers die houden van de melancholische, lyrische schrijfstijl die August Thiry zichzelf eigen heeft gemaakt. Diegenen die houden van avontuurlijk reizen en graag de vooraf uitgestippelde routes verlaten. Een voorliefde voor de islamitische cultuur en het oosten is daarbij een voordeel maar zeker geen must. Een gezonde dosis interesse voor menselijke verhalen en een reeks historische feiten op de achtergrond des te meer.
Het perfecte boek om in gedachten op reis te gaan of voor de globetrotter die na het lezen zelf op pad gaat. Zo wordt de traditie van de 'Lonesome traveler' voortgezet en in ere gehouden.



vrijdag 22 oktober 2010

Yoga is niet schools

‘Yoga is er voor de mens en niet omgekeerd. Lesgeven is een dienstbetoon, een offer aan de bron van ons bestaan die zich onder andere via de leerling manifesteert.’ Aan het woord is Herman Seymus, voorzitter van de Yogafederatie van de Nederlandstaligen in België. Als yogaleraar is hij verbonden aan de vereniging Yoga Niketan Belgium te Mechelen.





Op veertienjarige leeftijd kwam Herman Seymus met yoga in contact via zijn muziekleraar in het secundair onderwijs. Hij genoot zijn yogaonderricht ondermeer via hem, de gebroeders Mertens, swami Yogeshwarananda Saraswati en dr. E. Krishnamacharya.  

‘Shri Yogeshwarananda Saraswati is mijn goeroe, die me ingewijd heeft en waarvoor ik een grote genegenheid en respect koester,’ vertelt Seymus. ‘Hij bekeek educatie volgens de klassieke Indiase visie, als een middel tot Zelfrealisatie die de zin vormt van je bestaan. Hij kon zacht, maar tegelijk streng en veeleisend zijn. Tussen hem en mij bestond er naast het onderricht eveneens de directe overdracht van leraar op leerling,  die niet op schoolse principes was gefundeerd.’

Heropvoeding
Seymus ziet yoga  niet als een opleiding, maar eerder als een (her)opvoeding. ‘De leerling wordt van nabij gevolgd en bijgestuurd door de leraar. Daarbij fungeert de leraar als inspiratiebron en voorbeeld voor de leerling.’
Die traditionele meester-leerling relatie, in de  vorm van de directe ervaringsoverdracht, zoals dat ook  bij yoga gaat, bestond vroeger ook bij ons in de verschillende gilden.
‘Al doende leren, waarbij niet enkel het hoofd maar alle vermogens tegelijk worden gestimuleerd. Educatie veronderstelt dat je de omstandigheden creëert die het mogelijk maken om de aangeboren talenten van de leerling te ontwikkelen. Je laat dat wat potentieel aanwezig is in de leerling ontluiken.’

Deze vorm van kennis- en ervaringsoverdracht is eerder uitzondering dan regel geworden in de hedendaagse schoolopleidingen.
‘Er wordt nu hoofdzakelijk informatie doorgegeven met de hoop dat ze kennis wordt. Deze kennis en vaardigheden voldoen zo goed mogelijk aan het eisenpakket van de markteconomie, wat men met een duur woord als “eindtermen” omschrijft. Onderwijs is een bedrijf geworden en educatie een middel om een product te produceren. De scholen leveren als resultaat een halfafgewerkt fabricaat af, de gediplomeerde, dat geschikt is voor gebruik door het markteconomische complex. Hierbij wordt de beste kwaliteit/kost verhouding van de leverancier verwacht. De opvoeders worden als toemaatje dan ook nog eens onder druk gezet om aan de grillen van de leerlingen en ouders te voldoen. Het gevolg is dat vele goedmenende kandidaat-leraren afhaken of er zelfs niet meer aan willen beginnen.’

Waarom staat de huidige opleidingswijze dan niet meer ter discussie?
‘De beleidsmensen die tot de ontwikkeling van dit schoolsysteem aangezet hebben, pronken ermee. Alles is grotendeels gebaseerd op wedijver en presteren. De zogenaamd “zwakkeren” vallen daarbij uit de boot en belanden in het bijzonder onderwijs. Educatie is vandaag een overlevingstocht, een “Survival of the fittest” geworden. Het opdoen van een maximum aan intellectuele kennis en cognitieve vaardigheden in een zo kort mogelijke tijd, past volledig in dit plaatje. De integrale ontwikkeling en evenwichtige ontplooiing van het individu (humanisme) is van secundair belang geworden. Een zorgwekkend symptoom hiervan is het toenemende aantal leerlingen dat stress- en gedragsproblemen vertoont.’


Intuïtie versus conditionering
Volgens Seymus kan yoga alvast een actieve rol spelen bij het herdefiniëren van educatie. Door op prille leeftijd de ethische basisprincipes en waarden van yoga in de opvoeding te integreren. ‘Jongeren moeten eerst en vooral zichzelf leren kennen en zelfzekerheid opbouwen, alvorens ze door de huidige opvoedingsmethoden hun intuïtieve vermogens verliezen en hopeloos geconditioneerd raken. Het is perfect mogelijk om hen tot hun hogeschoolopleiding een algemeen aanbod te bieden. Op voorwaarde dat jongeren wordt duidelijk gemaakt hoe ze op een intelligente manier kunnen leren en eveneens assimileren, terwijl ze tegelijk hun zelfstandigheid tot ontwikkeling brengen. Deze aanpak hoeft daarom niet noodzakelijk onder het etiket yoga gecatalogeerd te worden.’

Seymus concludeert dat de toenemende verloedering van de maatschappij en de natuur op deze manier een halt zal toegeroepen worden. ‘Mensen zullen terug wakker en innerlijk vrij worden. Ze zullen blijk geven van een onafhankelijke geest, duidelijk beseffen wat essentieel is in het leven er ook naar handelen. De menselijke intuïtie zal hen terugvoeren naar zichzelf en de natuur.’

vrijdag 10 september 2010

Expo Getekend: Fiep Westendorp

"Het gelukkigst was Fiep achter haar tekentafel"


Fiep Westendorp, voor vele mensen zal ze gekoesterd blijven als de vrouw die Jip en Janneke tot leven wekte in haar illustraties. Toch omvatte haar werk veel meer. Toen zij in 2004 overleed, liet ze een immens oeuvre na. In Mechelen loopt momenteel Getekend: Fiep Westendorp. Een unieke expo over leven en werk van deze veelzijdige Nederlandse illustratrice. Gioia Smid, biografe en medeoprichter van de Fiep Westendorp Foundation, kende haar van heel nabij.

Toen Gioia Smid in 1983 een tentoonstelling maakte voor het Nederlands Theater Instituut overAnnie M.G. Schmidt, kon ze niet raden dat dit haar leven ingrijpend zou veranderen. Ze kwam bij Fiep Westendorp thuis met de vraag of zij enkele van haar illustraties mocht lenen. Boven op Fiep’s atelier zocht ze een aantal tekeningen uit. Meteen het begin van een hele hechte vriendschap.


“Ik bezocht Fiep elke week en in het begin was dat gewoon voor de gezelligheid. Glaasjes wijn drinken en lekker kletsen. Later werd het ook handig dat ik de boodschappen voor haar deed. Dat werd meteen een aanleiding om vaker over de vloer te komen. Pas later zijn haar illustraties er zo doorheen gaan spelen. Wij hadden het natuurlijk over kunst met z’n tweeën, maar niet speciaal over haar werk. Ik dacht eigenlijk altijd dat daar goed voor gezorgd werd. Ik had nooit kunnen denken dat het nog allemaal bij haar thuis lag.”

Hoe kwam u daarachter?
Wel, op gegeven moment vroeg ik wat er nu met haar illustraties was gebeurd. Fiep vertelde me dat ze nog allemaal boven op haar atelier lagen. We hebben toen een deel van haar tekeningen naar beneden gehaald om ze te doornemen. Ik was ontzet dat er nog nooit iemand iets mee gedaan had. Ik wilde haar werk allereerst archiveren. Toen ik de uiteindelijke omvang van haar tekeningen zag en hoe mooi ze wel waren, vond ik ze een tentoonstelling waard. Fiep stond er eerst een beetje sceptisch tegenover. Ze was ervan overtuigd dat niemand geïnteresseerd zou zijn. Dat zullen we nog wel eens zien, dacht ik. Zo is er een eerste tentoonstelling geweest in de Kunsthal van Rotterdam.

Wat hebben haar tekeningen betekend voor de jeugd in Nederland en Vlaanderen?
Heel veel. Zij heeft namelijk in de eerste plaats het werk van Annie M.G. Schmidt een fysiek uiterlijk gegeven en tot leven gewekt. Zij heeft Pluk bedacht zoals hij eruit ziet. Als je het boek van Annie leest, krijg je geen enkel detail over hoe dat jongetje er nu werkelijk uitziet. Hij is er en hij rijdt op een rood kruiwagentje. Dat is de enige beschrijving die we krijgen. Jip en Janneke worden ook niet beschreven als zwart wit figuurtjes. Dat heeft Fiep ervan gemaakt en die beelden zitten bij ons allen in het geheugen gegrift. Ze hebben enorm veel kinderen aangesproken omdat Jip en Janneke zo ontzettend lief, vrolijk, humoristisch, ontroerend en vooral sterk herkenbaar zijn.

Heeft Fiep Westendorp ook andere illustratoren beïnvloed?
Dat denk ik wel. Je hoort vaak bij illustratoren: Fiep Westendorp heeft mijn leven veranderd. Zij heeft mijn kijk op plaatjes als kind reeds zo beïnvloed…daar heb ik altijd naar opgekeken. Ik was pas in New York en daar heb ik met een Amerikaanse illustrator gepraat die als klein jongetje emigreerde vanuit Nederland naar Amerika. Hij kon Jip en Janneke niet lezen omdat hij geen Nederlands meer sprak. Maar toen hij de tekeningen bij zijn ouders zag, wou hij hetzelfde gaan doen. Ze heeft echt een diepe indruk nagelaten.

Heeft zij een bepaald tijdsbeeld van Nederland neergetekend?
Ja en neen. Er zijn twee dingen aan het werk van Fiep Westendorp die interessant zijn om te analyseren. Aan de ene kant zitten er hele typische elementen uit de jaren ’60 en ’70 in haar tekeningen. De kleuren die ze gebruikt, de motiefjes, de meubeltjes…maar tegelijk heeft het ook iets volkomen tijdloos. Ze heeft haar afbeeldingen boven een bepaalde tijd kunnen uittillen. Als ze een auto uitbeeldt, is het altijd dezelfde soort auto. Maakt zij een tafel, idem dito. Op een gegeven ogenblik is het niet meer iets wat je herkent als een tafel uit een bepaalde periode, maar als een typische Fiep tafel. Ze heeft drie pootjes, dat soort kleuren en een tafelkleedje dat op een eigen manier gedrapeerd is. Ze creëerde iets wat vooral heel erg van haar was.

Die wereld was ook volledig tweedimensionaal. Waarom tekende zij liever op deze manier?
Je kan twee dingen concluderen. Iemand kon het niet of iemand wou het niet. Je ziet Fiep’s gewone tekeningen en daaruit kan je opmaken dat ze heel erg goed driedimensionaal kon tekenen. Maar zij had eerder het idee dat een boek plat is en je niet hoeft te suggereren wat er niet is. Het boven elkaar tekenen is een soort stijlmerk van haar geworden. Op een gegeven ogenblik bedenk je zoiets en hou je daaraan vast. Het werd voor haar een leuke manier van dingen neertekenen, een wereld die op elkaar is gezet. Het was daarom geen kwestie van niet kunnen. Ze had er geen plezier in.

Hoe was Fiep Westendorp naast haar werk?
Echt een bijzondere persoon. Heel aardig en tegelijk ook erg bescheiden. Een timmerman krijgt toch ook geen prijs omdat hij iets heeft gemaakt? Dat vond zij allemaal onzin. Het gelukkigste was zij achter de tekentafel en ook in kleine gezelschappen. Op verjaardagsfeesten komen er altijd een heleboel mensen en dan is het eigenlik altijd het leukste als iedereen bijna weg is. Met een kleine groep dierbare vrienden gezellig wijntjes drinken, kletsen, lachen en veel grapjes maken. Zij was een vrouw met een uitermate goed gevoel voor humor.

Hoe wilt u dat de mensen haar blijven herinneren?
Als iemand met een duidelijke voorliefde voor haar vak. Die met zoveel zorg, liefde en aandacht haar tekeningen maakte. Tegelijk ook als een vrouw die een eigen kijk op dingen heeft bedacht. En als kunstenares. Een illustrator is meer een soort van toegepaste kunstenaar. Je bent een soort vehikel voor een schrijver. Maar ik denk dat Fiep’s illustraties ook gewoon op zichzelf staan. Terwijl het juist haar idee was om enkel illustrator te worden. Ik doe haar daarom misschien onrecht door haar werk als kunst te beschouwen. Toch vind ik dat zij dit verdiend heeft. Puur op het getekende kan je haar illustraties bekijken en waarderen zonder dat je het verhaal nodig hebt.
David Tampère

De Fiep Westendorp Foundation

In haar testament liet Fiep Westendorp haar vermogen en de rechten op haar tekeningen na aan de Fiep Westendorp Foundation. Deze steunt en creëert projecten voor kinderen op artistiek en educatief vlak. Daarnaast is er ook Illustre bv. Die producten verkoopt met daarop illustraties van Fiep Westendorp. De opbrengst gaat naar de Fiep Westendorp Foundation.


Gioia Smid: “We ontwikkelen steeds nieuwe producten gemaakt in naam van Fiep’s geest. Dat is één manier waarop we haar oeuvre levend houden. Het is ook erg belangrijk dat we haar illustraties goed conserveren. In totaal heeft Fiep Westendorp meer dan 6000 tekeningen gemaakt. Die hoeven niet allemaal worden ingelijst. Wel moeten ze goed bewaard blijven voor de eeuwigheid. Bij onze projecten hebben we bijvoorbeeld de Fiep kinderhoek voor kinderziekenhuizen en brengen we speelgoedkisten naar opvanghuizen. We zijn ook bezig met een project voor slechtziende kinderen. Om brailleboekjes te maken van de tekeningen van Fiep Westendorp. Als stichting vinden wij dat leuk om te doen voor hen. Geen enkele uitgever heeft daar namelijk interesse voor. Zo zullen er steeds nieuwe projecten komen om de geest van FiepWestendorp levend te houden, maar ook om goed te doen. Iets wat zij het meest van al wou. Vreugde brengen in het leven van kinderen.”


De mooiste tekening van de tentoonstelling volgens Gioia Smid?
"Pluk en het flatgebouw. Qua perspectief klopt daar geen malle moer van. Zulk een gekke visie. Pluk woont helemaal boven in het gebouw in een gek torenkamertje. Dat je dat in een tekening zo kunt maken. Hoe die man naar boven zit te kijken naar dat torenkamertje…nou helemaal goed. En ook alle mensen die in het flatgebouw wonen. Dat je als kunstenares zicht hebt op de grote lijn door zulk een groot vlak te maken met zo’n gek perspectief, maar dat je er tegelijk zoveel details in verwerkt. Zoals dat oud vrouwtje dat een bezempje staat uit te kloppen op 15 hoog. Dat vind ik prachtig."

De expo Getekend Fiep Westendorp loopt nog tot 11 juni 2006 in de tentoonstellingsruimten van het Cultuurcentrum Mechelen.


Info & Tickets
In&uit Mechelen – Hallestraat 2-6 – 2800 Mechelen

Tarieven

6 euro volwassenen / 4 euro (-12 jaar)/ -5 jaar gratis

Reductietarief: 5 euro volwassenen (-26 jaar / + 60 jaar / leden Gezinsbond)
3 euro kinderen (leden Gezinsbond)
Groepstarief (min. 15 personen): 5 euro volwassenen / 3 euro kinderen (-12 jaar)